2.3 De kaderstellende taak van de raad

De raad heeft in het duale systeem de taak van sturen, het geven van kaders voor het beleid en de controle op het uitvoeren ervan. Daarbij zijn drie vragen essentieel waarbij onontkoombaar de doeltreffendheid en de doelmatigheid aan de orde zijn. Deze vragen zijn:

  • Wat willen we bereiken?
  • Wat gaan we daarvoor doen?
  • Wat mag het kosten?

Bij de eerste vraag gaat het om de maatschappelijke effecten (outcome). De tweede vraag betreft de activiteiten en de diensten die daarvoor nodig zijn (output). En de derde vraag gaat over de afweging tussen de baten en de lasten.

Uit hoofde van zijn sturende, kaderstellende taak zal de raad de vraag "Wat willen we bereiken?" zelf beantwoorden. Idealiter worden daarbij de beoogde effecten genoemd. In dat geval kan een rekenkamer(commissie) achteraf de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid beter beoordelen.

De raad zal de vraag "Wat gaan we daar voor doen?" willen beantwoorden indien het politiek relevante onderwerpen betreft. Als het om reguliere beheerstaken gaat zoals bijvoorbeeld het onderhoud van wegen zal het college als regel de vraag: "Wat gaan we daar voor doen?" invullen. Als budgetverlenend orgaan bepaalt de raad ten slotte altijd de vraag "Wat mag het kosten?"

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)