|
Definitie van kaderstelling Kaderstelling is het normeren van het inhoudelijk, financieel en procedureel speelveld waarop het college zijn bestuursbevoegdheden uitoefent. Kaderstelling staat daarmee gelijk aan opdrachtformulering. De kaders die de raad stelt, zijn op te vatten als opdrachten en randvoorwaarden waarbinnen het college een bepaald onderwerp uitwerkt en ter hand neemt[8]. |
Kaderstelling is hiermee gedefinieerd als opdrachtformulering. De meeste raadsleden zullen de term opdrachtformulering zo opvatten dat deze betrekking heeft op inhoudelijke onderwerpen. Zo opgevat, is het begrip kaderstelling niet nieuw. Immers, college- en/of raadsprogramma's waren altijd al kaderstellend. En door een langetermijnagenda vast te stellen, doet een raad ook aan kaderstelling.
Een raad kan echter ook procedurele randvoorwaarden stellen. Bijvoorbeeld voor de wijze waarop de raad en/of de bevolking bij bepaalde onderwerpen betrokken moet worden. Of voor de manier waarop raadsvoorstellen worden opgesteld en uitgewerkt. De kaders die de raad stelt, zijn de opdrachten en randvoorwaarden waarbinnen het college een bepaald onderwerp uitwerkt en ter hand neemt. De term bestuursopdracht wordt in dit verband vaak gebruikt.
Wat is nu een goede kaderstellende uitspraak en wat niet? Hiervoor is geen pasklaar antwoord beschikbaar. Uit de ervaringen in den lande, is wel een aantal vuistregels af te leiden:
Om tot kaderstellende uitspraken te komen die hout snijden, zal de raad op voorhand voor zichzelf een aantal vragen moeten (laten) beantwoorden. Op grond van de praktijkvoorbeelden, die in de bijlage van deze handreiking zijn beschreven, zou een checklist van vragen er als volgt kunnen uitzien:
Door wie en op welke manier deze vragen worden beantwoord (werkgroep vanuit de raad, hoorzitting met bewoners of externe deskundigen, kaderstellende notitie of raadsbesluit opgesteld door college in samenwerking met het ambtelijk apparaat, enzovoort) is uiteraard afhankelijk van de wijze waarop het proces van kaderstelling wordt ingericht (zie hiertoe hoofdstuk 3).
|
Voorbeelden van kaderstellende uitspraken Uitgangspunt in het Bestuurskader 2002 - 2006 van de gemeente Staphorst: 'Er moet een nieuw vierjarig wegenplan worden opgesteld. Bij de opstelling dient het college in te gaan op de voorstellen in de diverse verkiezingsprogramma's van de partijen ten aanzien van afzonderlijke wegen'. Richtinggevende uitspraak in raadsbesluit van gemeente Zaanstad: 'De raad geeft het college opdracht om het concernplan 2004 - 2007 op te stellen waarbij in acht moet worden genomen dat de komende jaren niet op de uitvoering van het in gang gezette handhavingsbeleid wordt bezuinigd'. Bespreekpunt in de Startnotitie Evenementenbeleid van de gemeente Castricum: 'In het evenementenbeleid moet een maximum aantal worden opgenomen met betrekking tot het aantal belastende evenementen dat op jaarbasis mag worden georganiseerd (eventueel per locatie verschillend)'. |
[8] In deze definitie is het van belang onderscheid te maken tussen autonome en medebewindsbevoegdheden van het college. Indien het strikt medebewindsbevoegdheden betreft, is de rol van de raad beperkter.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)