De raad zal met name aan de hand van de verantwoording van het college zijn controlerende functie moeten uitoefenen zowel over de uitkomsten van het beleid als over de beleidsuitvoering zelf.
De basis voor de controlerende functie zijn twee sets van drie vragen. De eerste set is een tegenpool van de drie w-vragen.
Het zijn de drie h-vragen:
De andere drie vragen zijn:
Waarbij de vraag naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid nauw samenhangen met de drie h-vragen.
Het zijn zes kernvragen, die voor de hand liggen, maar door een raad onder het monistische systeem in de praktijk niet altijd systematisch werden gesteld. Voor een goed bestuur zijn zij evenwel essentieel. Onder een dualistisch systeem moet er zodoende een cultuur komen om programma's op doeltreffendheid en doelmatigheid te willen onderzoeken.
Schema 2.1 geeft van het voorgaande nog eens een samenvatting.
Schema 2.1 De raad, het college en planning en control
| Stappen planning & control | Taakverdeling en verdeling bevoegdheden | |
| Sturen/kaders vaststellen | Wat willen we en wat mag het kosten? | raad |
| Beheersen uitvoering | Wat doen we daarvoor? | college |
| Verantwoorden uitvoering | Hebben we gedaan wat we moesten doen? | college |
| Controle uitoefenen | Hebben we bereikt wat we wilden en kost het niet meer dan het mocht kosten? | raad |
[3] In deze handreiking wordt niet ingegaan op de rechtmatige besteding. Dit onderwerp wordt behandeld in de handreiking artikel 212, 213 en 213a van de Gemeentewet (zie Box 2.1).



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)