Over welke instrumenten beschikt de raad om in de praktijk kaders te geven voor de speelruimte van het bestuur? De belangrijkste instrumenten van de raad zijn de volgende:
- Kaderstellende start- of beleidsnotities: hiermee stelt de raad voor een specifiek beleidsthema de inhoudelijke en procedurele kaders vast waarbinnen het college moet opereren.
- Het raadsprogramma als inhoudelijk beleidskader op hoofdlijnen, al dan niet gekoppeld aan een planning in de vorm van een langetermijnagenda.
- De uitwerking van dit inhoudelijk beleidskader in financiële termen in de vorm van een programmabegroting en een voorjaarsnota.
- Verordeningen: op grond van artikel 149 Gemeentewet, dat de raad het recht geeft om verordeningen te maken, die hij in het belang van de gemeente nodig acht, kan de raad kaders formuleren in de vorm van voorschriften voor beleid en beheer. Dit artikel biedt de raad dus de mogelijkheid om bij verordening nadere regels te stellen. In sommige gevallen heeft de gemeente de wettelijke verplichting om verordeningen vast te stellen. Voorbeelden hiervan zijn artikel 212 (uitgangspunten en doeleinden voor het financiële beleid en beheer), artikel 213 (voorschriften accountantscontrole), de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de inspraakverordening op basis van artikel 150 Gemeentewet. 9
- Schriftelijk en mondeling vragenrecht, moties, amendementen, interpellaties en initiatiefvoorstellen: met deze instrumenten kan de raad ad hoc en op elk willekeurig moment politiek bijsturen en richting geven aan de handelswijze van het college. Met andere woorden: aanvullende kaderstellende opdrachten geven aan het college. De toepassing en de werking van deze instrumenten zijn geen onderwerp voor deze handreiking. 10
Wie dit rijtje instrumenten bekijkt, ziet dat veel van hetgeen nu onder de vlag van kaderstelling valt, vóór invoering van het dualisme ook al gebeurde, met grotendeels dezelfde instrumenten. Raden die niet langer aan het handje van het college willen lopen, pakken deze oude bevoegdheden opnieuw op en blazen ze nieuw leven in: bijvoorbeeld door het maken van verordeningen, startnotities en een bewuster omgang met de begrotingsbevoegdheid.
[9] Zie de Handreiking Financiële en controleverordeningen (mei 2003) van de Vernieuwingsimpuls Dualisme en lokale democratie voor een nadere toelichting op de verordeningen inzake artikel 212, 213 en 213a.
[10] Over het wettelijk recht van initiatief (artikel 147a, eerste lid) en de meer praktische aspecten van dit recht handelt de Handreiking Initiatiefvoorstellen: wanneer en hoe? (juni 2001) van de Vernieuwingsimpuls Dualisme en lokale democratie.