Essentieel voor het functioneren van een raad is hoe deze omgaat met de vragen die in de vorige paragrafen aan de orde zijn gesteld. Onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid is daarbij van wezenlijk belang. De uitkomsten van onderzoeken ondersteunen de raad bij het beantwoorden van de vragen. De raad kan het benodigde onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid niet altijd allemaal zelf uitvoeren. Hij is daartoe fysiek gewoonweg niet in staat. Daarnaast beschikt de raad vaak niet structureel en systematisch over de deskundigheid om zelf goed onderzoek uit te kunnen voeren. Het gaat er hier niet zozeer om dat de raad zelf onderzoekt, maar dat de raad rapporten beschikbaar krijgt op grond waarvan hij gezaghebbende uitspraken kan doen bij zijn controlerende functie. Daarin voorzien nu Artikel 213a en Artikel 182 van de Gemeentewet. De raad heeft dankzij deze artikelen goede mogelijkheden om bij de controles op de (uitvoering van de) programma's aan het aspect van de doeltreffendheid en doelmatigheid een goede invulling te geven.
Artikel 213a gaat er van uit dat de doeltreffende en doelmatige uitvoering van de programma's vooral een verantwoordelijkheid is van het college. De raad zorgt er middels artikel 213a voor dat hij er van verzekerd is dat het college - daarin gesteund door de ambtelijke organisatie - systematisch en geprogrammeerd toetsingen uitvoert, vooral op het terrein van het college, de beleidsuitvoering. Die toetsingen vormen daarbij ook een onderdeel in de verantwoording van het college aan de raad. Los daarvan willen een professioneel college en een professionele ambtelijke organisatie zichzelf ook steeds de drie w-vragen en de drie h-vragen stellen. Artikel 213a biedt - zo kan men ook stellen - het college en de ambtelijke organisatie de mogelijkheid aan te geven dat de doeltreffendheid en de doelmatigheid onder controle is.
In onderstaande box zijn de definities van doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid op een rijtje gezet.
Box 2.2 Doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid
| Doelmatigheid (efficiëntie) |
|
Doelmatigheid is een bepaalde output realiseren met zo min mogelijk input. Of met een bepaalde input zo veel mogelijk output realiseren. Doelmatigheid heeft betrekking op de uitvoering van beleid. Overigens ongeacht of het beleid door de gemeente zelf wordt uitgevoerd, of dat het is uitbesteed. |
| Doeltreffendheid (effectiviteit) |
|
Bij doeltreffendheid gaat het er om of de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Het gaat dan dus om de vraag of de goede activiteiten zijn gekozen om bepaalde doelen te halen. Gezien deze vraag gaat het bij doeltreffendheid vrijwel altijd om de burger. |
| Rechtmatigheid |
|
Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat hier om zowel de regelgeving van het rijk als de regelgeving van de gemeente zelf. In deze context gaat het in het bijzonder om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten. |
De rekenkamer(commissie) is in het geheel van "checks and balances" te zien als een sluitstuk van de controle op doeltreffendheid en doelmatigheid.
Tussen het 'externe' onderzoek van de rekenkamer(commissie) en het 'interne' onderzoek door het college is een verband. De rekenkamer(commissie) versterkt de noodzaak om het interne onderzoek serieus uit te voeren. Het zal er toe leiden dat de gecontroleerde gemeentelijke organisaties meer overgaan tot zelfevaluatie, visitaties, benchmarking en dergelijke.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)