Facebook     

2. Bestuursbevoegdheden en de dualisering van het gemeentebestuur

10-10-2005

Dualisering van bestuursbevoegdheden heeft een duidelijke plaats in het geheel van de dualisering van het gemeentebestuur en kan niet los gezien worden van de rest van de operatie. De drie belangrijkste pijlers van de dualisering van het gemeentebestuur zijn:

  • Ontvlechting van posities van raad en college (een wethouder is niet langer lid van de raad);
  • Versterking van de vertegenwoordigende, controlerende en kaderstellende functie van de raad;
  • Ontvlechting van bevoegdheden van raad en college (bestuursbevoegdheden worden bij het college geconcentreerd).

Mede door de verschuiving van bevoegdheden moet de raad meer tijd krijgen om zich toe te leggen op zijn taken als volksvertegenwoordigend orgaan. De agenda van de raadsvergaderingen zal over het algemeen korter worden. Daarnaast krijgt de raad ruimere kaderstellende en controlerende bevoegdheden waardoor een effectieve controle op het bestuur beter mogelijk wordt dan voorheen.

Wat zijn bestuursbevoegdheden?
Om duidelijk te maken wat bestuursbevoegdheden zijn is het het gemakkelijkst om te omschrijven wat ze niet zijn. De memorie van toelichting bij de Wet dualisering gemeentebestuur stelt duidelijk dat alle gemeentelijke bevoegdheden tot het stellen van algemene regels geen bestuursbevoegdheden zijn en dus bij de raad behoren te blijven. Het vaststellen van verordeningen of van een plan met een meer verordenend karakter blijft een bevoegdheid van de raad. Het bekendste voorbeeld van een plan met een verordenend karakter is het bestemmingsplan. Het vaststellen van het bestemmingsplan blijft dus een raadsbevoegdheid. Ook de bevoegdheden tot het vaststellen van respectievelijk een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan en een gemeentelijk milieubeleidsplan blijven in het komende wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden raadsbevoegdheden.

Welke bevoegdheden zijn dan wél bestuursbevoegdheden? Bij bestuursbevoegdheden gaat het om uitvoerende bevoegdheden, bevoegdheden tot het nemen van concrete beslissingen (beschikkingen en besluiten met een algemene strekking) en de vaststelling van beleidsregels. Bestuursbevoegdheden betreffen alle bevoegdheden die niet het vaststellen van de begroting en de rekening, het vaststellen van verordeningen, het vaststellen van (andere) algemene regels of het vaststellen van plannen met een verordenend karakter inhouden. Veelal, maar niet altijd, zijn deze bevoegdheden in de huidige wetgeving al aan het college toegekend. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de benoeming of de aanwijzing van personen voor een specifieke functie, zoals de benoeming van leden van een bestuurscommissie van een openbare school. Ook het vaststellen van schadevergoedingen, het geven van adviezen aan andere bestuursorganen over bestuurskwesties, het feitelijk onderhouden van gemeentelijke eigendommen, kunnen alle als bestuursbevoegdheden worden beschouwd. Meer concrete voorbeelden vindt u in de kaders tussen de tekst en in de bijlage bij de handreiking.

Welke soorten bestuursbevoegdheden bestaan er in het gemeentebestuur?
In het monistische stelsel was de raad het algemeen bestuur van de gemeente. In ieder geval in theorie bestuurde de raad. Het college kon worden gezien als het orgaan dat de bestuurlijke besluiten van de raad voorbereidde en uitvoerde. In de praktijk oefende het college al veel bestuursbevoegdheden van de raad uit, maar dat was dan gebaseerd op een delegatiebesluit. De Gemeentewet en diverse bijzondere wetten attribueerden de bestuursbevoegdheden over het algemeen aan de raad of aan het gemeentebestuur. In het monistische systeem was de raad het bevoegde orgaan tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalde. Sommige bestuursbevoegdheden worden ook nu al rechtstreeks in medebewindswetten aan het college toebedeeld.

Er zijn drie soorten bestuursbevoegdheden te onderscheiden:

  • in de Gemeentewet opgenomen bestuursbevoegdheden;
  • in medebewindswetten opgenomen bestuursbevoegdheden;
  • de in de Grondwet verankerde autonome bestuursbevoegdheid.

Dualisering van bestuursbevoegdheden
Dualisering van bestuursbevoegdheden betekent dat een deel van de besluiten die onder het oude stelsel door de raad werden genomen voortaan door het college zullen worden genomen. De dualisering van de in de Gemeentewet opgenomen bestuursbevoegdheden heeft plaatsgevonden door de Wet dualisering gemeentebestuur die 7 maart jl. in werking is getreden.

Voor de overdracht van de gemeentelijke bestuursbevoegdheden die bij bijzondere wet zijn opgedragen is een apart wetsvoorstel in voorbereiding (wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden). Dit wetsvoorstel bevindt zich nu (juni 2002) nog in de ontwerpfase. Advisering door de Raad van State en behandeling in Tweede en Eerste Kamer moeten nog plaatsvinden. Over de definitieve inhoud van de wet zijn dus nog geen garanties te geven. Toch krijgt u door middel van deze handreiking alvast een idee over de voornemens van het kabinet inzake de toekomstige verdeling van medebewindstaken tussen raad en college.

Voor de overdracht van de autonome bestuursbevoegdheid is een grondwetswijziging nodig. Hierover is advies gevraagd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Vaststellen gemeentelijk rampenplan (artikel 3 Wet rampen en zware ongevallen)

Het vaststellen van het gemeentelijk rampenplan zal in de toekomst een bevoegdheid van het college worden. De wet geeft gedetailleerd aan welke elementen het rampenplan moet bevatten. Het college heeft op dit punt dus maar weinig beleidsvrijheid. Het rampenplan is, anders dan bijvoorbeeld het bestemmingsplan, geen plan met een verordenend karakter.