|
Vroegtijdige duidelijkheid over rolverwachtingen Keuze tussen raad en college? |
Om als bindmiddel, bruggenbouwer en bemiddelaar tussen raad en college op te kunnen treden, zal de burgemeester door beide organen als objectief gezien moeten worden. Enige afstand van de lokale partijpolitiek is dus essentieel. Dit houdt niet zonder meer in dat hij nooit de kant van raad of college zou mogen kiezen, maar wel dat een dergelijke keuze door beide kanten wordt begrepen. Om tot een optimale verstandhouding te komen, moet bij iedereen duidelijk zijn wat wel en niet van de burgemeester verwacht kan worden. Het is aan de burgemeester om de discussie hierover op te starten. Hij dient aan college en raad duidelijk te maken in welke positie hij zich bevindt, wat in dat opzicht de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en hoe hij zelf denkt over de vervulling van zijn rollen. Vervolgens is het aan raad en college om hun verwachtingen met betrekking tot de burgemeester uit te spreken. Dit is ook een punt van aandacht bij het vaststellen van de profielschets.
De burgemeester beweegt zich in een krachtenveld tussen collegelid en raadsvoorzitter. Als collegelid zijn het verkrijgen van goedkeuring voor collegevoorstellen in de raad en het afleggen van verantwoording belangrijke taken. Redenen voor een burgemeester om juist deze rol aandacht te geven, kunnen bijvoorbeeld zijn een sterke raad en een zwak college dat behoefte heeft aan sturing en ondersteuning, het bezit van een brede inhoudelijke portefeuille of een principiële keuze om prioriteit te geven aan zijn rol als voorzitter van het college, zijnde het bestuur. Consequent is dan dat hij zaken als agendabepaling overlaat aan de vervangend raadsvoorzitter. Aan de andere kant is er de burgemeester die vooral raadsvoorzitter is. Dit is voor een burgemeester met een inhoudelijke portefeuille feitelijk moeilijk haalbaar omdat hij dan zelf verantwoording moet afleggen voor zijn eigen beleid en tegelijkertijd de raad moet aansporen tot een kritische houding ten aanzien van het college. Overigens blijkt dat in veel gemeenten de behoefte aan de steun van de burgemeester bij de raad groter is dan bij het college. In dat opzicht kan een burgemeester die zich in confrontaties tussen raad en college in de eerste plaats opstelt als raadsvoorzitter, leiden tot krachtiger gedualiseerde posities. De burgemeester dient zich dan echter wel af te vragen hoe hij als voorzitter van het college moet omgaan met het collegiaal bestuur. De burgemeester maakt immers formeel deel uit van het college en heeft een zorgplicht voor de eenheid van het collegebeleid [9]. Dat maakt het, ook voor burgemeesters zonder een politiek inhoudelijke portefeuille, lastig om zich aan de zijde van de raad tegenover het college te positioneren. Het is dus een voortdurende opgave voor de burgemeester om zijn rollen als voorzitter van het college en van de raad af te wegen.
[9] Artikel 53a Gemeentewet.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)