|
Voorzitterschap vergaderingen |
De wijze waarop de burgemeester vergaderingen van raad en college voorzit en de positie die hij inneemt in de raadszaal, wordt grotendeels bepaald door de wijze waarop hij het voorzitterschap van beide organen combineert.
Een burgemeester die zich in de eerste plaats als collegelid opstelt, zal er waarschijnlijk de voorkeur aan geven slechts technisch voorzitter van de raad te zijn. Als de raad er echter voor kiest wethouders uit te nodigen om verantwoording af te leggen tijdens de raadsvergaderingen, dan komt dit spreekrecht ook de burgemeester toe. De burgemeester kan dus ook als collegelid door de raad gevraagd worden verantwoording af te leggen en zal dit moeten scheiden van zijn technisch voorzitterschap.
De burgemeester kan - indien de raad dit wenst en ter ondersteuning van de functies van de raad - een meer sturende rol tijdens raadsvergaderingen spelen of zelfs inhoudelijk meediscussiëren zonder zich daarbij als collegelid op te stellen. Een dergelijke rol voor de burgemeester is echter niet goed denkbaar, wanneer onderwerpen betreffende de portefeuille van de burgemeester worden besproken. Indien de raad wil dat de burgemeester een zwaardere invulling aan zijn rol als voorzitter van raadsvergaderingen geeft, zullen hierover goede afspraken moeten worden gemaakt.
Met betrekking tot de wijze van voorzitten van collegevergaderingen geldt dat uitsluitend technisch voorzitten bijna onmogelijk is. De zorgplicht voor de eenheid van collegebeleid vereist een coördinerende rol van de burgemeester. Toch is het wenselijk dat de burgemeester met het college bespreekt hoe hij de collegevergaderingen zal voorzitten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de wijze waarop hij omgaat met zijn nieuwe wettelijke bevoegdheden om onderwerpen op de agenda van collegevergaderingen te zetten en zelf voorstellen te doen met betrekking tot agendapunten [10].
|
De plek in de raadszaal |
De wijze waarop de burgemeester zich opstelt ten aanzien van raad en college, komt in sterke mate tot uiting in zijn plek in de raadszaal. Zit hij temidden van de raad? Heeft hij een afgezonderde positie maar nog wel aan de raadstafel? Of zit hij tezamen met de wethouders apart van de raad? Indien hij bij de wethouders zit, geeft dit duidelijk de eenheid van het college aan. Als hij temidden van de raad zit, geeft dit de onafhankelijke positie van de raad aan. Als de wethouders echter apart zitten van de burgemeester, komt opnieuw de vraag naar de betekenis van het collegiaal bestuur naar voren. Aangezien raadsvergaderingen letterlijk vergaderingen van de raad zijn, is het ook aan de raad om te bepalen wie (buiten de burgemeester en de griffier) aanwezig mag zijn en waar de voorzitter, raads- en collegeleden, de griffier en eventuele ambtenaren zitten.
[10] Artikel 53a Gemeentewet.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)