3.4 Het horen van getuigen

Personen die behoren tot de in paragraaf 3.2 genoemde categorie kunnen eveneens als getuige worden opgeroepen voor een verhoor door de onderzoekscommissie. De getuigen zijn ook verplicht om aan deze oproep gehoor te geven [30]. De oproep dient schriftelijk te geschieden. Om te verzekeren dat de oproep ook daadwerkelijk de getuige bereikt, bepaalt de wet dat de oproep aangetekend moet worden verzonden, dan wel tegen gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt. Oproeping per e-mail of per gewone post is dus niet toegestaan. Het lijkt van belang om de oproep ruim op tijd voor het verhoor te versturen. Dat biedt betrokkene de gelegenheid om zich goed voor te bereiden op het verhoor.

Voorgesprekken
Nadat een lijst met mogelijke getuigen is opgesteld, kan het zinvol zijn om voorafgaande aan het officiële verhoor een voorgesprek met deze personen te houden. De betrokkenen zijn overigens niet verplicht om aan een dergelijk voorgesprek deel te nemen. Voor een goed verloop van het verhoor kan een voorgesprek echter goede diensten bewijzen. Conclusie uit het voorgesprek kan ook zijn dat betrokkene geen informatie heeft die van belang is voor het onderzoek. Een 'echt' verhoor is in dat geval niet nodig.

Openbaar verhoor is uitgangspunt
In principe vindt het verhoor van getuigen en deskundigen plaats in een openbare zitting van de onderzoekscommissie [31]. Dit is anders indien de onderzoekscommissie wegens gewichtige redenen besluit het verhoor of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen [32]. Of er van een gewichtige reden sprake is, is ter beoordeling van de onderzoekscommissie. Uiteraard kan een getuige aan de onderzoekscommissie vragen of het verhoor achter gesloten deuren plaatsvindt. De onderzoekscommissie beslist uiteindelijk hierover.

Verhoor onder ede (belofte)
De onderzoekscommissie kan besluiten dat de getuigenis onder ede (belofte) plaatsvindt [33]. De getuige die onder ede wordt verhoord en niet de waarheid spreekt, kan strafrechtelijk worden vervolgd wegens het plegen van meineed [34]. De wetgever heeft de onderzoekscommissie de vrijheid gegeven te bepalen wanneer een verhoor onder ede gewenst is. De onderzoekscommissie mag echter geen onderscheid maken tussen de verschillende getuigen. Wanneer er dus gekozen wordt voor verhoor onder ede, dan dient dit bij alle te verhoren getuigen te worden toegepast [35]. De getuige legt in dat geval de eed of belofte ten overstaan van de voorzitter van de onderzoekscommissie af. Dit gaat als volgt in zijn werk. De voorzitter zal de getuige eerst vragen of hij de eed of de belofte wenst af te leggen. Vervolgens vraagt de voorzitter de getuige op te staan. Afhankelijk van de keuze van de getuige leest de voorzitter de tekst van eed of de tekst van de belofte voor ( "Ik zweer / beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.") [36]. Heeft de getuige gekozen voor het afleggen van de eed, dan zal hij na het voorlezen van de tekst van de eed door de voorzitter, onder het opsteken van de twee voorste vingers van zijn rechterhand, uitspreken de woorden: "Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig". Als de getuige heeft gekozen voor de belofte, dan spreekt hij na het voorlezen van de tekst van de belofte de woorden: "Dat beloof ik" [37]. Hiermee is de beëdiging afgerond en kan de getuige weer gaan zitten.

Locatie en tijdstip van verhoren
Plaats en tijd van een openbare zitting dienen door de onderzoekscommissie vooraf ter openbare kennis te worden gebracht. De onderzoekscommissie kan besluiten om alle verhoren op het gemeentehuis te houden, maar er kunnen ook redenen zijn om het verhoor op een andere locatie te laten plaatsvinden. Bij het normale geval van een openbare zitting dient bij het kiezen van de locatie uiteraard rekening gehouden te worden met de mogelijkheid dat derden, waaronder pers, de hoorzitting willen volgen.

Verslaglegging
Het is verstandig om voorafgaande het onderzoek te beslissen of er van de verhoren een stenografisch verslag gemaakt wordt. Dit is echter niet noodzakelijk. Een beeld- of geluidsregistratie, die desgewenst achteraf wordt uitgewerkt, is eveneens mogelijk. De keuze voor de wijze van verslaglegging kan de voorbereidingscommissie laten afhangen van factoren als tijd, zwaarte van het onderzoeksonderwerp, maar ook van het beschikbare budget. Het is aan te bevelen conceptverslagen vooraf voor te leggen aan betrokkenen – als wederhoor. Paragraaf 4.2 gaat nader in op de inrichting van de rapportage.

Duidelijkheid omtrent de aard van het verhoor
Het is voor de onderzoekscommissie aan te bevelen zich aan het begin van het verhoor ervan te vergewissen dat de getuige beseft dat het om een verhoor gaat en niet om een voorgesprek of interview. Dit voorkomt misverstanden. Een dergelijk misverstand zou kunnen ontstaan wanneer het gaat om een besloten verhoor. Dat het gaat om een verhoor zal allereerst duidelijk moeten blijken uit de schriftelijke oproep die aan de getuigen en deskundigen gestuurd worden. Verder kan het verstandig zijn eventuele voorgesprekken en interviews niet op dezelfde locatie als de verhoren te laten plaatsvinden.

Bijstand van de getuigen
Een getuige kan zich in principe laten bijstaan tijdens het verhoor [38]. Bijstand kan verleend worden door een advocaat, maar dit is niet noodzakelijk. De getuige mag meenemen wie hij verkiest. Om gewichtige redenen kan de onderzoekscommissie echter besluiten dat een getuige zonder bijstand wordt verhoord. De wet geeft verder niet aan waaruit deze gewichtige redenen zouden kunnen bestaan. Duidelijk is in ieder geval dat de onderzoekscommissie met goede argumenten zal moeten komen om bijstand te weigeren.

Vergoedingen
Het ligt voor de hand dat getuigen een vergoeding ontvangen voor eventuele kosten die worden gemaakt om deel te nemen aan het onderzoek. Hier is geen wettelijke regeling voor. De raad kan hierover een regeling maken bijvoorbeeld in de verordening.

Onschendbaarheid
Artikel 22 van de Gemeentewet regelt de onschendbaarheid van personen voor wat zij in de raadsvergadering hebben gezegd of wat zij schriftelijk aan de raad hebben overgelegd. Dit betekent dat men niet in rechte vervolgd kan worden voor wat men in de raadsvergadering heeft gezegd of aan de raad heeft overgelegd. Achtergrond daarbij is dat men zich zonder terughoudendheid in de raadsvergadering moet kunnen uiten. Deze regeling is ook van toepassing bij een raadsonderzoek [39]. Dit betekent dat de getuigen en deskundigen die worden gehoord of de personen die informatie verschaffen niet kunnen worden vervolgd voor wat zij hebben getuigd, verklaard of overgelegd.

Ophalen van getuige door politie
Verschijnt een getuige niet, dan kan de onderzoekscommissie besluiten om de politie in te schakelen om hem naar de onderzoekscommissie te brengen. De betrokkene moet hierover wel vooraf schriftelijk gewaarschuwd worden. Bovendien moet de betrokkene in deze schriftelijke waarschuwing een termijn worden gegeven, waarbinnen hij alsnog vrijwillig aan zijn wettelijke verplichting om als getuige te verschijnen, kan voldoen. Voldoet de betrokkene na deze waarschuwing nog niet aan de oproep, dan kan de onderzoekscommissie de politie inschakelen. Dit is het enige dwangmiddel dat de wet kent.

Het besluit om de politie in te schakelen is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De mogelijkheid om tegen dit besluit bezwaar te maken bij de onderzoekscommissie is in de wet echter expliciet uitgesloten [40]. Wel kan men in beroep bij de bestuursrechter.

De onderzoekscommissie kan de politie dus inschakelen als een getuige weigert te verschijnen. De onderzoekscommissie heeft echter zelf geen formele instrumenten in handen als een getuige weliswaar op een zitting van de onderzoekscommissie verschijnt, maar vervolgens zijn mond houdt. Op nationaal niveau bestaat voor deze situatie de mogelijkheid dat betrokkene wordt gegijzeld. Op lokaal niveau bestaat die mogelijkheid niet. Het is de vraag of dit in de praktijk een gemis zal zijn. Feit is immers dat een getuige er niet verstandig aan doet om niets te zeggen. Door niet te praten krijgt een getuige de schijn tegen zich. Ook de media kunnen hierin een rol spelen. Daarnaast is het van belang dat het niet voldoen aan een wettelijke verplichting om als getuige te verschijnen of te getuigen strafbaar is op grond van artikel 192 van het Wetboek van Strafrecht. De onderzoekscommissie zou dus bij een getuige die weigert tijdens het verhoor te getuigen, het Openbaar Ministerie kunnen inschakelen.

Verhoor van een lid van de commissie
Een uitzonderlijke positie heeft de getuige die lid is van de onderzoekscommissie. Hij moet als lid van de onderzoekscommissie terugtreden om gehoord te worden [41]. Dit betekent dat hij zijn lidmaatschap van de commissie moet beëindigen.

[30] Artikel 155c, lid 1, Gemeentewet.
[31] Artikel 155c, lid 6, Gemeentewet.
[32] Artikel 155c, lid 7, Gemeentewet.
[33] Artikel 155c, lid 4, Gemeentewet.
[34] Artikel 155c, lid 9, Gemeentewet jo. 207, lid 1, Wetboek van Strafrecht.
[35] Kamerstukken I2001-02, 27 751, nr. 10b, p. 30.
[36] Artikel 155c, lid 5, tweede volzin, van de Gemeentewet.
[37] Overeenkomstig de Wet vorm van de eed.
[38] Artikel 155c, lid 8, Gemeentewet.
[39] Artikel 155a, lid 4, Gemeentewet.
[40] Artikel 155d, lid 3, Gemeentewet.
[41] Artikel 155c, lid 2, Gemeentewet.

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)