Getuigen en deskundigen zijn niet in alle gevallen verplicht om tijdens een verhoor informatie te verstrekken. Ook zijn personen niet altijd verplicht om stukken aan de onderzoekscommissie te overleggen. In bepaalde situaties hebben zij dus een verschoningsrecht. Deze situaties zijn opgenomen in artikel 155e. In de volgende gevallen mag iemand weigeren om informatie te geven:
Onevenredige schade aan beroep of onderneming
Betrokkenen kunnen zich verschonen als door het verstrekken van informatie onevenredige schade wordt toegebracht aan het belang van de uitoefening van hun beroep, het belang van hun onderneming of de onderneming waarbij zij werkzaam zijn of zijn geweest. Voorwaarde is dus dat er sprake is van een geheim en van onevenredige schade die door openbaarmaking zou kunnen ontstaan. De betreffende persoon bepaalt in eerste instantie zelf of er onevenredige schade zou optreden bij openbaarmaking. Als een getuige of deskundige zich tijdens een verhoor beroept op deze verschoningsgrond, kan de onderzoekscommissie bij twijfel over de gegrondheid van het inroepen van de verschoningsgrond het Openbaar Ministerie verzoeken een strafvervolging op basis van artikel 192 Wetboek van Strafrecht in te stellen. Dit artikel stelt, zoals eerder ter sprake kwam, onder meer het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijke verplichting om als getuige of deskundige te getuigen strafbaar. De strafrechter zal dus in laatste instantie een oordeel toekomen over de vraag of terecht een beroep is gedaan op deze verschoningsgrond.
Ambts- of beroepsgeheim
Men kan zich eveneens verschonen als men uit hoofde van zijn ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is. Dit geldt echter alleen voor informatie die aan hen als zodanig is toevertrouwd. Personen met een typische vertrouwensfunctie, functies waarvan de uitoefening als zodanig afhankelijk is van een strikt vertrouwelijke relatie met een derde, kunnen een beroep doen op het ambts- of beroepsgeheim. Gezien het feit dat alleen personen die een relatie met het gemeentebestuur hebben verplicht zijn tot medewerking, kan gedacht worden aan een in dienst van de gemeente zijnde arts, vertrouwenspersoon of maatschappelijk werker. Zij kunnen zich steeds beroepen op hun geheimhoudingsplicht, mits uiteraard de informatie aan hen specifiek in deze functie ter kennis is gekomen. Feiten of omstandigheden die hen buiten hun functie ter kennis is gekomen, hoe gevoelig ook, vallen dus buiten het ambts- of beroepsgeheim.
(Ex-)Burgemeesters, (ex-)wethouders, (ex-)raadsleden en "gewone" (ex-)ambtenaren kunnen geen beroep doen op het ambts- of beroepsgeheim. Wel kan worden besloten een besloten zitting te houden, hetgeen een geheimhoudingsverplichting voor de commissieleden meebrengt. Daarnaast zijn (ex-)burgemeesters, (ex-)wethouders en de onder het college vallende (ex-)ambtenaren niet verplicht om informatie aan de onderzoekscommissie te geven, indien dit in strijd zou zijn met het openbaar belang (zie hieronder).
Ook voor dit verschoningsrecht geldt overigens dat de onderzoekscommissie bij twijfel over de gegrondheid van het inroepen hiervan het Openbaar Ministerie kan verzoeken een strafvervolging op basis van artikel 192 Wetboek van Strafrecht in te stellen.
Openbaar belang
Het college is in het algemeen verplicht alle door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het verstrekken van deze inlichtingen strijdig is met het openbaar belang [48]. Eenzelfde verplichting is voor de burgemeester opgenomen [49]. Ook hij kan het verstrekken van informatie achterwege laten als dat strijdig is met het openbaar belang. Om te voorkomen dat men in het kader van een raadsonderzoek informatie dient te verstrekken aan de onderzoekscommissie, die buiten een raadsonderzoek niet aan de raad verstrekt behoeft te worden, is in de wet de mogelijkheid opgenomen dat ook in het kader van een raadsonderzoek met een beroep op het openbaar belang het geven van informatie achterwege kan blijven. Er ligt hier dus een directe relatie met de geheimhoudingsplicht voor wethouders en burgemeesters op grond van genoemde artikelen.
Wie kan een beroep doen op het openbaar belang?
Deze mogelijkheid bestaat voor de volgende categorieën personen:
Het gaat hier dus om personen die belast zijn of belast zijn geweest met een bestuurstaak waarvoor zij door de raad ter verantwoording kunnen worden geroepen, en hun (ex-) ondergeschikten. (Ex-) raadsleden en (ex-) medewerkers van de griffie kunnen zich bij een raadsonderzoek niet op deze verschoningsgrond beroepen.
In welke situaties kan een beroep op het openbaar belang worden gedaan?
Duidelijk is dat iemand niet zomaar een beroep op het openbaar belang kan doen. Terughoudendheid is hier dan ook zeer op zijn plaats. Wat precies onder 'openbaar belang' moet worden verstaan kan niet worden afgeleid uit de toelichting op de verschillende artikelen in de Gemeentewet waarin dit begrip wordt gehanteerd. Wel kan uit de toelichting worden afgeleid dat slechts in uitzonderingssituaties een beroep op deze verschoningsgrond kan worden gedaan. Er dient sprake te zijn van zwaarwegende omstandigheden om de informatie niet te behoeven te verstrekken [50]. Of hiervan sprake is, is in eerste instantie ter beoordeling van de betrokkene. Er is gekozen voor een ruim begrip, zodat alle gevallen die men wil bestrijken onder het bereik van dit begrip gebracht kunnen worden.
Bevestigen van beroep op openbaar belang door college of burgemeester
De wet voorziet in de mogelijkheid dat de onderzoekscommissie aan het college of aan de burgemeester, als het om informatie over het door de burgemeester gevoerde bestuur gaat, vraagt om een beroep op het openbaar belang te bevestigen. Achtergrond bij deze regeling is dat het verantwoordelijke bestuursorgaan uiteindelijk achter een beroep op strijd met het openbaar belang moet kunnen staan, ook als het beroep wordt gedaan door individuele wethouders, door ondergeschikte (ex-)ambtenaren of (gewezen) ambtsdragers. De wet schrijft niet voor op welke wijze dit moet worden gedaan. Het ligt voor de hand dat de betrokkene aan de onderzoekscommissie een schriftelijke verklaring van het college of de burgemeester overlegt, waarin het beroep op het openbaar belang wordt bevestigd.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)