Het opstellen van een initiatiefvoorstel vergt een flinke investering van tijd en energie. Het is daarom verstandig van te voren goed na te gaan of een initiatiefvoorstel mogelijk en wenselijk is. Onderstaande vijf vragen bieden daartoe aanknopingspunten.
Vraag 1. Onderwerpkeuze
De eerste vraag is uiteraard waar het initiatiefvoorstel ongeveer over gaat. Op welk onderwerp heeft het betrekking? Gaat het over een onderwerp dat de burgers bezig houdt of betreft het juist een meer interne kwestie? In beide gevallen kan het indienen van een initiatiefvoorstel nuttig zijn. Als een raadlid besluit een initiatiefvoorstel in te dienen, dan is het van belang af te wegen of:
a. hij met het desbetreffende onderwerp wil worden geassocieerd;
b. hij voldoende tijd, expertise en motivatie heeft om de gehele procedure van een initiatiefvoorstel tot een goed einde te brengen.
Vraag 2. Aard van het op te lossen probleem
Als het onderwerp globaal is vastgesteld, moet een preciezere probleemstelling worden geformuleerd. Anders gezegd: welk probleem wil het raadslid aanpakken? Dikwijls is het zaak een complex en/of diffuus probleem tot hanteerbare proporties terug te brengen.
Vraag 3. Wat kan de gemeentelijke overheid doen aan de oplossing van het probleem?
De derde stap is het beantwoorden van de vraag wat de gemeentelijke overheid kan doen aan de oplossing van het probleem? Deze vraag valt in twee deelvragen uiteen:
Als beide vragen positief zijn beantwoord, ligt de volgende vraag voor de hand.
Vraag 4. Bestaat er ten aanzien van het onderwerp al gemeentelijk beleid of is er beleid in ontwikkeling?
Vaak bestaat er op het vlak van het gekozen onderwerp al enig gemeentelijk beleid of is dat in ontwikkeling. Ook kan er sprake zijn van een grote verwevenheid met ander beleid van de gemeente. In die gevallen moet het raadslid zichzelf de vraag stellen wat zijn initiatiefvoorstel daaraan toevoegt. Als de toegevoegde waarde gelet op het al bestaande of toekomstige gemeentelijke beleid voldoende is, ligt een initiatiefvoorstel mogelijk in het verschiet.
Vraag 5. Alternatieven voor een initiatiefvoorstel
De laatste stap die een raadslid zet, voordat hij echt aan de slag kan met zijn initiatiefvoorstel, is het beantwoorden van de vraag of er niet een beter alternatief voorhanden is voor het vervullen van zijn volksvertegenwoordigende rol. Kan hij niet beter een motie indienen bij de begroting of de voorjaarsnota (of bij een andere geschikte gelegenheid)? Of het onderwerp als agendapunt opvoeren voor een commissievergadering of een plenaire raadsvergadering? Of mondelinge dan wel schriftelijke vragen stellen aan het college? Deze alternatieven zijn vooral relevant indien het onderwerp primair de uitoefening van een collegebevoegdheid betreft.
Denkbaar is ook het ene te doen zonder het andere te laten. Soms, bijvoorbeeld als het om een gevoelig onderwerp gaat, kan het namelijk verstandig zijn eerst een minder zwaar instrument in te zetten. Als in zo'n geval dan blijkt dat het college niet of onvoldoende bereid is de zaak aan te pakken, bijvoorbeeld doordat het een aangenomen motie naast zich neerlegt, is indiening van een initiatiefvoorstel te overwegen.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)