|
De burgemeester en de (in)formateur |
Het is lastig voor de burgemeester om een al te nadrukkelijke rol te spelen in het proces van de college-onderhandelingen, zeker waar het gaat om een eventuele informateursrol of formateursrol. Zo zou de burgemeester openlijk zijn voorkeur kunnen laten blijken voor bepaalde personen of fracties. Dat maakt het moeilijk na de onderhandelingen op afstand van de lokale partijpolitiek als objectief voorzitter van raad en college op te treden. Daarnaast positioneert de burgemeester zich in deze rol tijdens de onderhandelingen voornamelijk als voorzitter van het college. Hiermee is de keuze of de burgemeester in de eerste plaats voorzitter van de raad of voorzitter van het college is, al in een heel vroeg stadium gemaakt. Een burgemeester die zich vervolgens sterker als voorzitter van de raad wil neerzetten, zal er een zware kluif aan hebben niet-collegepartijen ervan te overtuigen dat hij los kan komen van de belangen van het college. Toch is het mogelijk dat de raad hem vraagt de rol van formateur of informateur te vervullen. Een weigering van de kant van de burgemeester kan tot problemen leiden. Daarom is het wenselijk dat de burgemeester al in een zeer vroeg stadium duidelijk maakt dat hij alleen bij uitzondering zal optreden als formateur of informateur van het college.
|
Betrokkenheid burgemeester Tussentijdse consultatie |
De vraag is vervolgens welke rol de burgemeester wel kan spelen in het proces van de collegeonderhandelingen. Hierin zijn verschillende vormen denkbaar. In de minimale variant neemt de burgemeester op geen enkele wijze deel aan het proces. Na afloop van de onderhandelingen heeft hij de gelegenheid zijn opvattingen over het collegeprogramma kenbaar te maken. Dit maakt dat de burgemeester zijn handen vrij kan houden, maar zorgt er ook voor dat hij op geen enkele manier invloed uit kan oefenen op het proces en achteraf geconfronteerd kan worden met voor hem wellicht onacceptabele uitkomsten (bijvoorbeeld als het gaat om zijn eigen portefeuille). Als bewaker van de eenheid van het collegebeleid, voorzitter van de raad en kwaliteitsbewaker kan dit de burgemeester in een lastige positie brengen. De maximale variant is een actieve betrokkenheid bij het proces. Deze betrokkenheid kan rond drie zaken vorm krijgen:
Welke rol een burgemeester ook prefereert, voor de uitvoering daarvan is hij afhankelijk van de medewerking van de betrokken fracties. Het is daarom wenselijk voorafgaand aan de onderhandelingen met de betrokken partijen en/of de gehele raad door te spreken op welke wijze en welke momenten de burgemeester betrokken wordt bij de onderhandelingen. Tijdens een dergelijk gesprek lijkt het in elk geval raadzaam dat de burgemeester zich beschikbaar stelt voor tussentijdse consultatie.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)