Op dit moment lopen per gemeente (en per onderwerp) de procesgang en rolverdeling tussen raad en college in het proces van kaderstelling sterk uiteen. Het is niet erg dat hierin geen uniforme lijn wordt gevolgd: raden zullen hun eigen plan moeten trekken en een rolverdeling en procesgang moeten vinden die hen past.
In gemeenten die veel met de kaderstellende rol geëxperimenteerd hebben, ontstaan na verloop van tijd, soms met vallen en opstaan, afspraken over het samenspel tussen raad en college.
|
Citaat uit Naar een politiek profiel voor de gemeenteraad - Eindrapportage Project duale gemeenten [16] In Emmen is het college aanvankelijk sceptisch over dualisme en weinig betrokken bij het veranderingsproces. Tijdens de tweede werkconferentie (van het Project duale gemeenten, Vernieuwingsimpuls) gaat het roer om: het college biedt de raad ruimte om zelf een politiek afweging te maken door in de toekomst meerdere alternatieven vergezeld van een voorkeursalternatief aan de raad aan te bieden. In Veenendaal hebben raad en college afgesproken dat voorafgaand aan de opstelling van een kadernota door het college een opiniërende raadsvergadering wordt georganiseerd. Het college stelt hiervoor een startnotitie kadernota op, waarin de financiële problematiek en drie scenario's worden geschetst. Tijdens de opiniërende vergadering wordt gedebatteerd met als resultaat een richtinggevende uitspraak (keus uit één van de drie scenario's), zijnde de opdracht voor het college om te komen tot een kadernota. Gesteld wordt dat een dergelijk afsprakenkader over rolverdeling en procedures bij kaderstelling onontbeerlijk is: raad en college zouden gezamenlijk visie en afspraken moeten formuleren over de wijze waarop de raad zijn kaderstellende rol invult (agendering, uitwerking, besluitvorming) en hoe de rolverdeling tussen raad en college hierbij verloopt. Het voordeel van zo'n gezamenlijk afsprakenkader is uiteraard dat, werkend vanuit een gezamenlijke opvatting over de samenwerking ('Zo doen wij dat hier in huis'), de kans op getouwtrek en rolconflicten tussen raad en college vermindert. |
|
Citaat uit Handreiking Duale Werkwijze van de gemeente Veenendaal 'Om tot goede, uitvoerbare beleidskaders te komen is het van belang dat voor kaderstellen een goed samenspel bestaat tussen raad en college. Een raad die kaders wil stellen zonder voorafgaande, duidelijke afspraken te maken, loopt het risico dat het proces vastloopt. Dat veroorzaakt onbegrip en frustratie bij alle actoren in het proces.' |
Tegelijkertijd is het maar de vraag is of een dergelijke afsprakenset voor alle gemeenten op dit moment haalbaar is. In de eerste plaats bestaat het gevaar dat de discussie tussen raad en college over de wijze van kaderstelling erg theoretisch wordt, veel tijd neemt en afleidt van de dagelijkse praktijk van kaderstelling.
In de tweede plaats staat te bezien of zo'n algemeen afsprakenkader werkt en genoeg ruimte laat aan politieke partijen om per dossier het gewenste stempel te drukken op de besluitvorming. Kaderstelling is een politiek en organisch proces, het streven naar allesomvattende procedurele afspraken kan vruchteloos zijn en verlammend werken.
|
Citaat uit Naar een politiek profiel voor de gemeenteraad - Eindrapportage Project duale gemeenten [17] In Schermer weet het college - na een bestuurscrisis en een burgemeesterswissel halverwege het veranderingsproces - met succes de raad af te houden van een invloedrijkere positie. De raad wordt ervan overtuigd dat besluitvorming vooral in het college moet plaatsvinden. Tijdens de tweede werkconferentie (van het Project duale gemeenten, Vernieuwingsimpuls) wordt dan ook opgemerkt: 'besluitvorming in het college is moeilijk wanneer professionele bestuurders steeds moeten overleggen met politieke leiders in de raad '. |
Belangrijker lijkt het dat raden in elk geval de ruimte nemen om zich te bezinnen op de invulling die zij deze rol willen geven en om te experimenteren en ervaring op te doen. Dan zullen zich in de loop der tijd, op basis van lokale ervaringen best practices ontwikkelen die passen binnen de lokale verhoudingen.
Dit neemt uiteraard niet weg dat het zinvol kan zijn, als de raad:
[16] Denters, prof. dr. S.A.H. en dr. I.M.A.M. Pröpper, Naar een politiek profiel van de gemeenteraad, Eindrapportage Project duale gemeenten, Den Haag, 2002, p. 49.
[17] Denters, prof. dr. S.A.H. en dr. I.M.A.M. Pröpper, Naar een politiek profiel van de gemeenteraad, Eindrapportage Project duale gemeenten, Den Haag, 2002, p. 49.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)