Box 4.2
| Artikel 182 |
|
De rekenkamer onderzoekt de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Wat wil dit zeggen? In hoofdstuk twee is al uitgewerkt wat doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid is (zie Box 2.2). De term "door het gemeentebestuur gevoerde bestuur" wil niet zeggen dat het onderzoek alleen betrekking heeft op het college. Ook kunnen onderzoeken van de rekenkamer ineffectiviteit, ongewenste neveneffecten en inefficiënties aantonen die mede het (afgeleide) gevolg zijn van beslissingen van de raad. Onderzoeken van de rekenkamer kunnen zodoende (in)direct ook de raad zelf raken. Het gaat dan met name om de inzet van de aard en omvang van de instrumenten en activiteiten (Wat gaan wij doen?) ter realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten (Wat willen wij bereiken?). Daarbij komt dat er bij veel onderwerpen onzekerheden en politiek verschillende inzichten zijn over de juiste aanpak (Wat gaan wij doen?). Juist in die omstandigheden kan onderzoek van de rekenkamer toegevoegde waarde hebben om als gemeente te leren beleid doeltreffend en doelmatig uit te voeren. Een en ander kan best bedreigend zijn voor de raad en het college. Juist daarom is het belangrijk dat de rekenkamer een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van de raad en de andere gemeentelijke organen.
De instelling van een rekenkamer biedt een belangrijke mogelijkheid tot deskundig en onafhankelijk onderzoek naar de uitvoering en effecten van gemeentelijk beleid. De rekenkamer bepaalt verder zelf de onderwerpen die worden behandeld en over zijn rapportages bestaan er ook geen beperkingen. Hieruit blijkt onder andere de onafhankelijkheid van de lokale rekenkamer. De rekenkamer is vrij in de keuze van de onderzoeksonderwerpen, maar de raad kan de rekenkamer verzoeken een onderzoek te doen. Daarvan kan sprake zijn indien de raad in meerderheid zo'n verzoek ondersteunt. Uit het feit dat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet genoemd wordt, blijkt dat een verzoek van de raad een bijzondere positie inneemt. Het ligt voor de hand dat de raad bij een dergelijk verzoek goed motiveert waarom het onderzoek zou moeten worden verricht, en waarom het gewenst is dat de rekenkamer dat doet. Als de rekenkamer aan zo'n gemotiveerd verzoek niet voldoet, ligt het voor de hand dat zij daarvoor goede gronden aanvoert. In de praktijk kan het evenwel niet zo zijn dat de rekenkamer niet meer aan haar eigen onderwerpkeuze toekomt. Dit komt het functioneren van de onafhankelijkheid van de rekenkamer niet ten goede. In de Rekenkamer Rotterdam geldt bijvoorbeeld dat het effectueren van raadsverzoeken niet meer dan de helft van het onderzoeksprogramma mogen beslaan.
Zoals gezegd kan de rekenkamer naast de doeltreffendheid en doelmatigheid ook onderzoek doen naar rechtmatigheid. Dergelijk onderzoek naar de rechtmatigheid omvat niet de controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid. Dat is de taak van de accountant. De rekenkamer kan wel onderzoek doen dat verband houdt met rechtmatigheid. In de praktijk kan dat bijvoorbeeld neerkomen op "systeemtoetsen", zoals onderzoek naar de wijze waarop de reguliere rechtmatigheidscontrole is georganiseerd en functioneert. Daarnaast kunnen ook onderzoeken naar de rechtmatigheid plaatsvinden, waarbij meer wordt ingezoomd op bepaalde onderdelen van de gemeentelijke organisatie.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)