4.3 Bevoegdheden verkrijgen informatie

Binnen de gemeente
Uiteraard moet de rekenkamer om haar taak te kunnen vervullen, toegang hebben tot alle informatie die het gemeentebestuur kan verschaffen. Dat is dan ook in de wet bepaald.

Box 4.3

Artikel 183
  1. De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht.
  2. Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht.
  3. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde uitvoert.

Het verdient aanbeveling om in de verordening aan te geven hoe de verstrekking van informatie in de praktijk geregeld zal worden en binnen welke termijn stukken en inlichtingen dienen te zijn verstrekt aan de rekenkamer.

Van derden
De rekenkamer is in bepaalde gevallen ook bevoegd tot het verrichten van onderzoek bij derdendie een financiële band met de gemeente hebben.

Het betreft:

  • de openbare lichamen en gemeenschappelijke organen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt;
  • de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarin de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
  • andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente direct of indirect een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt voor het bedrag van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling.

Daarbij gaat het in eerste instantie om een onderzoek op basis van alle officiële documenten van die instelling waarover de gemeente beschikt zoals jaarrekeningen en controlerapporten van de accountant. Onderzoek op basis van documenten die bij de gemeente aanwezig zijn, kan aanleiding zijn voor de rekenkamer bij de desbetreffende rechtspersoon of het gemeenschappelijk orgaan zelf een onderzoek in te stellen. Die bevoegdheid omvat primair de mogelijkheid nadere inlichtingen in te winnen of ontbrekende stukken op te vragen bij de rechtspersoon of het gemeenschappelijk orgaan. Vervolgens kan ook ter plaatse een onderzoek worden ingesteld. De bevoegdheid om bij een derde een onderzoek in te stellen, kan als "zwaar" worden gekwalificeerd. Het is daarom de vraag in welke gevallen deze bevoegdheid kan worden uitgeoefend.

De rekenkamer kan onderzoek verrichten naar vennootschappen waarin de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt. Er is zodoende geen bedrag aangegeven dat een dergelijk privaatrechtelijk belang minimaal zou moeten omvatten, willen deze bevoegdheden bestaan. Dat zou ook lastig zijn, omdat de omvang van gemeenten sterk verschilt, wat ook in absolute zin gevolgen kan hebben voor de omvang van een privaatrechtelijk belang als hiervoor bedoeld. Door aan te geven dat deze bevoegdheden alleen bestaan als het belang van de gemeente meer dan 50% omvat, wordt voorkomen dat de rekenkamer verregaande bevoegdheden krijgt in die gevallen waarin een beperkte betrokkenheid van de gemeente dat niet rechtvaardigt. Omgekeerd is het een goede zaak dat de rekenkamer desgewenst een onderzoek kan instellen als er twijfels zijn over de gang van zaken bij een rechtspersoon waarin de gemeente een meerderheidsbelang heeft. De raad, respectievelijk het college, moeten dan over degelijke informatie kunnen beschikken om ter zake zo nodig een invloed te kunnen uitoefenen op beslissingen. De rekenkamer kan het college daarvoor ook voorstellen doen.

Overigens kan de gemeente uiteraard besluiten om in contracten of subsidievoorwaarden een ruimere toegang tot informatie te regelen.

Box 4.4

Artikel 184
  1. De rekenkamer heeft de in volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen over de volgende periode:
    1. openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling;
    2. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
    3. andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft.
  2. De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.
  3. De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen. De rekenkamer stelt de raad en het college van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)