Uiteraard is het de bedoeling dat de resultaten van de onderzoeken van de rekenkamer effect sorteren. Ze moeten het betrokken gemeentebestuur en betrokken instellingen prikkelen tot verbeteringen. Waar mogelijk zal de rekenkamer daar ook globale aanbevelingen voor doen. De rekenkamer zal daartoe haar bevindingen, conclusies en aanbevelingen in openbare rapporten vastleggen. Deze rapporten kunnen een belangrijke rol spelen in het proces van het afleggen van rekenschap door het gemeentebestuur aan de bevolking. Door het openbare karakter van de rapporten zullen deze evenwel geen vertrouwelijke informatie mogen bevatten.
De lokale rekenkamer is een bestuursorgaan. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is daarom op de rekenkamer van toepassing. Bij openbaarmaking van haar stukken zal de rekenkamer de bepalingen van de Wob in acht moeten nemen. Dat geldt zowel voor openbaarmaking op verzoek als uit eigen beweging. Op grond van de Wob kan de rekenkamer ook worden verzocht om stukken openbaar te maken die onder haar berusten, maar afkomstig zijn van een derde, bijvoorbeeld een gemeentebestuur. In dat geval ligt het in de rede dat de rekenkamer in overleg met die derde beslist over openbaarmaking.
De rekenkamer dient elk jaar voor 1 april een verslag op te stellen van haar werkzaamheden in het voorgaande jaar. De rekenkamer moet een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college zenden. Indien de rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld naar een openbaar
lichaam of een rechtspersoon, zoals in paragraaf drie is besproken, ontvangt deze instelling eveneens een afschrift van het rapport.
Box 4.5
| Artikel 185 |
|



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)