4. Medebewindsbevoegdheden
Naast de bestuursbevoegdheden die de Gemeentewet toekent, bestaat er een groot aantal bestuursbevoegdheden dat zijn grondslag vindt in de verschillende andere wetten. Deze wetten bestrijken alle beleidsterreinen waarin bestuurlijke uitvoeringstaken bij de gemeente worden gelegd. Deze gevorderde uitoefening van bevoegdheden, opgedragen bij wet, wordt medebewind genoemd.
Op dit moment kennen de verschillende wetten bestuursbevoegdheden soms aan het gemeentebestuur of de gemeenteraad toe, hetgeen zich niet verdraagt met de voorgenomen concentratie van bestuursbevoegdheden bij het college. De volgende stap in het traject van de dualiseringsoperatie en met van name de ontvlechting van bevoegdheden is om de bestuursbevoegdheden in medebewind in principe aan het college toe te delen. Dat bevordert de helderheid van het dualistische bestuursstelsel en draagt bij aan de realisering van de doelen van de dualisering van het gemeentebestuur. Er is dan ook een wetsvoorstel tot dualisering van de gemeentelijke medebewindsbevoegdheden in voorbereiding. Alle wetgeving op de verschillende beleidsterreinen, waarin medebewindstaken op gemeentelijk niveau zijn opgenomen, wordt door middel van dat wetsvoorstel aangepast aan het dualistische systeem.
Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden medio 2003 in werking treedt. Vanaf dat moment kent de wet de uitoefening van de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten in beginsel aan het college toe. Tot die tijd is dat nog niet het geval, maar delegatie van de betreffende bestuursbevoegdheden aan het college is wel mogelijk, voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen delegatie verzet.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, kan de raad bestuursbevoegdheden - voor zover mogelijk - aan het college delegeren. Hierdoor komt het gedualiseerd bestel al eerder tot zijn recht. Bovendien kunnen gemeenten zich voorbereiden op de praktijk na de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden. In hoofdstuk 7 wordt dit nader toegelicht.
Het verlenen van vrijstelling van het verbod een winkel geopend te hebben op zondag en andere wettelijk vastgestelde feestdagen (artikel 3 Winkeltijdenwet) wordt naar verwachting een bevoegdheid van het college. Het gaat om het aanwijzen van een aantal (zon)dagen (maximaal twaalf) waarop het verbod niet geldt. Dit aanwijzen van koopzondagen is te bestempelen als een besluit ter uitvoering van landelijk vastgestelde regelgeving (er bestaat immers beleidsvrijheid om 0, 3 of 12 zondagen aan te wijzen).
Een aantal bestuursbevoegdheden van de raad zal niet overgaan op het college. De belangrijkste hiervan is de bevoegdheid bestemmingsplannen vast te stellen en te wijzigen. Gezien het verordenende karakter van het bestemmingsplan behoort deze bevoegdheid bij de raad te blijven. Het is het voornemen ook de bevoegdheden tot het vaststellen van het verkeers- en vervoersplan en van het gemeentelijk milieubeleidsplan bij de raad te laten. Ook deze bevoegdheden hebben een overwegend verordenend karakter.







