Niet alleen de rol van het raadslid en de samenstelling van de fractie, maar ook de rol van de wethouder is aanzienlijk veranderd in het dualistisch stelsel. Net als bij het raadslid en de fractie is het moeilijk één profiel te maken voor dé wethouder. Er zijn immers vele soorten wethouders te onderscheiden. Zo zijn er fulltimers en parttimers. Daarnaast kan er qua rekrutering een onderscheid gemaakt worden in vier soorten wethouders:
In het onderstaande profiel, dat bedoeld is als een meetlat voor (potentiële) wethouders, komt een aantal eigenschappen van een duale wethouder aan bod. Het profiel heeft met name betrekking op de rol van de wethouder ten opzichte van de gemeenteraad en de bevolking. De verhouding tot het ambtelijk apparaat is hierin niet betrokken. De eigenschappen zijn ingedeeld in een drietal categorieën: beschikbaarheid, vaardigheden en persoonskenmerken. De categorie beschikbaarheid spreekt voor zich. Bij de categorie vaardigheden wordt aangegeven welke vaardigheden in principe verwacht mogen worden van individuele wethouders. Het onderdeel persoonlijkheid gaat in op de karaktereigenschappen die voor wethouders van belang zijn.
Beschikbaarheid
Vaardigheden
Persoonlijkheid
Beschikbaarheid
1. De wethouder investeert voldoende tijd in het bestuur van de gemeente.
De wethouder neemt niet alleen deel aan de vergaderingen van het college, maar ook aan die van de raad en commissies als hij daartoe verzocht wordt of als dat gebruikelijk is. Hij vervult in interactieve processen een belangrijke functie. Parttimers moeten in de gelegenheid zijn de feitelijk beschikbare tijd voor het wethouderschap met enige flexibiliteit en effectief te besteden.
Vaardigheden
2. De wethouder functioneert zelfstandig ten opzichte van de raad.
De wethouder functioneert als bestuurder onafhankelijk ten opzichte van de raad. Hij vormt zelfstandig zijn mening en respecteert de kaders die de raad voor het bestuur stelt. De wethouder neemt binnen deze kaders zijn eigen verantwoordelijkheden en is in grote mate onafhankelijk van zijn fractie of de coalitie. Ondanks zijn onafhankelijkheid van de raad is de wethouder zich steeds bewust van de politieke eindverantwoordelijkheid van de gemeenteraad.
3. De wethouder weet wat onderhandelen is.
De wethouder heeft een goed gevoel voor de politieke verhoudingen in de raad en kan onderhandelen om tot (wisselende) meerderheden voor zijn voorstellen te komen. Ook naar buiten toe is de wethouder in staat de belangen van de gemeente te behartigen in onderhandelingen met projectontwikkelaars en andere marktpartijen. Dat geldt ook in relatie tot andere overheden.
|
Uit de praktijk: |
4. De wethouder is bestuurlijk georiënteerd.
De wethouder is in staat het element van bestuurlijke haalbaarheid effectief naar voren te brengen in het politieke besluitvormingsproces. Omgekeerd kan hij politieke besluiten bestuurlijk vertalen. Hij maakt afspraken met het ambtelijk management. Een dergelijke gerichte aansturing vraagt om een goede samenwerking tussen wethouder en ambtelijk management. Verantwoordelijkheden moeten goed zijn verdeeld. Last but not least draagt de wethouder zorg voor het bewaken van de samenhang tussen het collegebeleid en beleidsvorming die plaatsvindt onder zijn specifieke verantwoordelijkheid.
5. De wethouder legt verantwoording af.
Zowel op verzoek als pro-actief legt de wethouder verantwoording af over gevoerd of te voeren beleid, niet alleen aan de gemeenteraad maar ook aan burgers. De wethouder verschaft de raad alle informatie die de raad voor zijn functioneren nodig heeft en verschijnt op elk gewenst moment in de raad om een toelichting te geven op zijn beleid. De wethouder weet zich door een goede presentatie publiekelijk staande te houden.
Om goed verantwoording af te kunnen leggen, besteedt de wethouder veel tijd aan een goede informatievoorziening richting raad en burgers. Overigens verwelkomt de wethouder uitkomsten van onderzoeken van bijvoorbeeld de rekenkamer en van anderen als nuttige informatie. Tegelijkertijd is de wethouder zich terdege bewust van zijn verantwoordelijkheid en is te allen tijde bereid om deze te nemen, zelfs als dit kan leiden tot aftreden.
6. De wethouder is team(=college)gericht.
De wethouder is gericht op samenwerking binnen het college. Hij hecht aan collegialiteit maar neemt daarin wel zijn eigen verantwoordelijkheid en legt verantwoording af voor zijn acties of het ontbreken daarvan. Hij ontwikkelt en onderhoudt een goede verhouding met de burgemeester. De wethouder is besluitvaardig en verschuilt zich niet achter andere collegeleden.
7. De wethouder is responsief.
De wethouder is in staat en bereid om te handelen op basis van signalen die hem uit de volksvertegenwoordiging, samenleving en het gemeentelijk apparaat ter ore komen.
8. De wethouder betrekt burgers actief bij beleidsvorming.
Een wethouder betrekt waar mogelijk burgers bij de beleidsvorming. Hij zet interactieve processen in gang bij beleidsvorming. Een wethouder signaleert momenten om kaders en rollen van alle betrokkenen (burgers, college, raad, externe adviseurs) in deze trajecten helder te omschrijven.
|
Uit de praktijk: |
9. De wethouder is integer.
De wethouder is zich bewust van zijn publieke functie en heeft integriteit hoog in het vaandel. Hij voelt aan wanneer er sprake is van belangenverstrengeling en geeft openheid van zaken. Zo nodig onthoudt hij zich van stemming of draagt een onderwerp over aan zijn collega's.
Persoonlijkheid
10. De wethouder is initiatiefrijk.
De wethouder neemt initiatieven voor nieuw beleid en wacht niet af. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid binnen de door de raad gegeven kaders en komt met creatieve en werkbare oplossingen voor maatschappelijke problemen.
11. De wethouder schept plezier in discussie.
De wethouder discussieert veel en vaak met politieke en maatschappelijke actoren over zijn beleid. Hij verdedigt daarbij zijn eigen standpunt met verve en wijzigt dit waar nodig. De wethouder heeft oog voor de wijze waarop het politieke spel wordt gespeeld en weet kritiek te relativeren en tegenslagen te incasseren.
12. De wethouder schept plezier in contacten met burgers, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven.
Hij tracht eventuele vragen (met behulp van ambtenaren) zo goed mogelijk te beantwoorden. De wethouder stimuleert het gebruikmaken van interactieve beleidsvoering en wijst er daarbij op dat kaders en rollen helder omschreven worden.
13. De wethouder is een onafhankelijk denker.
De wethouder vormt zelfstandig zijn mening met gebruikmaking van de geluiden uit zijn omgeving. De meningen van de coalitie en zijn eigen fractie worden door de wethouder onafhankelijk op hun merites geschat.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)