5.2 Relatie met de media

Het ligt voor de hand dat er voor een raadsonderzoek veel mediabelangstelling zal bestaan, met name vanuit de lokale pers. Grote mediabelangstelling kan voor getuigen en andere betrokkenen echter ingrijpende gevolgen hebben in de professionele en persoonlijke levenssfeer. Getuigen kunnen ten onrechte door de media als 'verdachten' worden bestempeld. Voorts bestaat het gevaar dat een relatief neutraal onderzoek door de media in de politieke sfeer getrokken wordt. Getuigen, deskundigen, leden van de onderzoekscommissie en de raad kunnen door de berichtgeving in de media beïnvloed worden, zodat waarheidsvinding ondergeschikt wordt en het onderzoek gebruikt wordt om publiekelijk de verantwoordelijken te schande te zetten.

Een ander risico is dat de media vooruitlopen op de verhoren van de betrokkenen of de conclusies van de onderzoekscommissies. Media kunnen hun eigen conclusies trekken en 'schuldigen' aanwijzen, voordat de onderzoekscommissie de getuigen hebben gehoord of de commissie met een eindrapport is gekomen. Eén en ander kan de geloofwaardigheid en de effectiviteit van de onderzoekscommissie ondermijnen.

De onderzoekscommissie is in principe verplicht om alle door de pers gevraagde informatie te verstrekken, tenzij zij deze informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur kan achterhouden (zie paragraaf 5.3). Het is voor een onderzoekscommissie aan te bevelen om de pers tijdens het onderzoek uit eigen beweging tegemoet te komen met voldoende feitelijke informatie over het proces. De onderzoekscommissie kan op verschillende tijdstippen gedurende het onderzoek een persbericht laten uitgaan waarin de feitelijke gang van zaken wordt beschreven. Het is dringend aan te bevelen dat de onderzoekscommissie gedurende het onderzoek zich onthoudt van een beoordeling van de verschillende feiten. Dat is pas aan de orde als de onderzoekscommissie haar eindrapport presenteert.

Afgesproken kan worden dat de voorzitter naar buiten optreedt namens de onderzoekscommissie als woordvoerder. Overwogen kan ook worden om leden van de onderzoekscommissie een mediatraining te geven. Hierdoor kunnen zij ervan bewust worden hoe hun uitspraken door de pers geïnterpreteerd worden. Het is raadzaam dat de onderzoekscommissie in de beginfase van het onderzoek getuigen en ambtenaren, vanwege hun positie en loyaliteit in het bijzonder, wijst op de mogelijkheid van persaandacht.

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)