5.3 Invulling rekenkamercommissie

Samenstelling: wel of geen raadsleden?
In tegenstelling tot de rekenkamer mogen bij de rekenkamercommissie zowel de leden als de voorzitter raadslid of lid van een commissie van de betrokken gemeente zijn. Dit is een fundamenteel verschil tussen de rekenkamercommissie en de rekenkamer. Gemeenten kunnen kiezen voor een rekenkamercommissie die louter en alleen bestaat uit raadsleden, maar zij kunnen ook kiezen voor een rekenkamercommissie waarin naast raadsleden ook externe leden deelnemen.

De invulling van de rekenkamercommissie is dus mogelijk door een rekenkamercommissie in te stellen die bestaat uit:

  • alleen raadsleden met een interne voorzitter;
  • raadsleden en externe leden met een interne voorzitter;
  • raadsleden en externe leden met een externe voorzitter;
  • externe leden met een interne voorzitter;
  • externe leden met een externe voorzitter.

Bij de laatste optie rijst de vraag waarom niet voor een rekenkamer wordt gekozen.

Benoemingen en ontslag
De raad kan zelf de leden en de voorzitter van de rekenkamercommissie benoemen. Deze kunnen van binnen of van buiten de raad zijn. De voorzitter kan ook door de rekenkamercommissie uit haar midden en uit de externe leden worden benoemd. Dit komt tegemoet aan een grotere onafhankelijkheid. Ook kan de raad en de rekenkamercommissie beslissen over de termijn waarvoor de leden van de rekenkamercommissie worden benoemd. Voor de rekenkamer geldt een termijn van zes jaar. Deze is niet verplicht voor de rekenkamercommissie. De raad en de rekenkamercommissie kunnen de leden voor een langere of een kortere termijn benoemen. Bij de benoeming van de leden heeft de raad en de rekenkamercommissie een keuzevrijheid die niet wordt beperkt door de wettelijke bepalingen voor de lokale rekenkamer. Ook de ontslaggronden van de leden van de rekenkamercommissie zijn niet wettelijk ingekaderd. De verordening zal dus regels hiervoor moeten bevatten.

Samenwerking
Er zijn voor gemeenten tal van manieren mogelijk om met andere gemeenten samen te werken. Het is dan wel verstandig eerst een eigen rekenkamercommissie in te richten. Vervolgens kunnen zij hun samenwerking gestalte geven door gezamenlijk expertise in te huren of gezamenlijk onderzoeken te (laten) doen.

Box 5.2

Voorbeeld Bergen op Zoom

In februari 1997 heeft de gemeenteraad van Bergen op Zoom besloten tot instelling van een gemeentelijke rekenkamer in de vorm van een 'commissie Beleidsevaluatie'. De commissie wordt gevormd uit door de raad aangewezen (eerst vijf, inmiddels zes) raadsleden. De concerncontroller van de gemeente is voor twee dagen per week toegevoegd als adviseur/onderzoeker en functioneert als zodanig dan ook onder verantwoordelijkheid en aansturing van de commissie. De concerncontroller is in de gemeente Bergen op Zoom overigens een onafhankelijk gepositioneerde functie van waaruit, kort samengevat, onderzoek wordt gedaan naar de kwaliteit van beleid, bedrijfsvoering en informatievoorziening. De onderzoeken van de commissie worden vrijwel geheel in eigen beheer uitgevoerd, indien daar op grond van specialistische kennis noodzaak toe is, wordt (tot dusver in zeer beperkte mate) externe expertise ingehuurd. Bij de invoering van het dualistisch stelsel is daarom besloten om gebruik te maken van de optie 'rekenkamerfunctie' en de uitvoering daarvan op te dragen aan de commissie Beleidsevaluatie.

Box 5.3

Voorbeeld Utrecht

In Utrecht is in 1997 de rekenkamercommissie ingesteld. In het begin bestond deze commissie uit vijf raadsleden die zelfstandig onderzoek uitbesteedde naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid en organisatie. Uit een evaluatie van de rekenkamercommissie in 2000 bleek dat een vergroting van de onafhankelijkheid en de professionaliteit van de commissie gewenst was. Tegelijkertijd zou de rekenkamercommissie als instrument voor de raad behouden moeten blijven. Naar aanleiding hiervan is de samenstelling van de commissie gewijzigd in vier raadsleden en drie externe, professionele leden. Een verandering in de werkwijze is dat de onderwerpkeuze en het onderzoeksontwerp voortaan niet meer aan de gemeenteraad ter goedkeuring te hoeven worden voorgelegd.

Met de wijzigingen in samenstelling en werkwijze neemt de Utrechtse Rekenkamercommissie een positie in tussen enerzijds een onafhankelijke rekenkamer, die uit externe, onafhankelijke professionals bestaat en los staat van het gemeentebestuur (het Rotterdamse model) en anderzijds een rekenkamercommissie bestaande uit raadsleden die qua onderwerpkeuze gebonden is aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Het Utrechtse model evolueert: dit is nu het gemengde model.

De drie externe leden in de rekenkamercommissie zijn op grond van hun onafhankelijkheid en professionaliteit benoemd. Zij moeten waarborgen dat onderwerpkeuze, bevindingen, oordelen en aanbevelingen niet gekleurd worden door partijpolitieke of coalitiebelangen.

De onafhankelijkheid van de rekenkamercommissie is verder gewaarborgd door haar bevoegdheid om bij de gemeentelijke diensten, instellingen en organen alle inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. Ook de beschikking over een eigen budget en een eigen onafhankelijke ambtelijke secretaris, dragen bij aan de onafhankelijke positie van de rekenkamercommissie. Door de inbreng van de vier raadsleden wordt gewaarborgd dat de rekenkamercommissie, vanuit haar onafhankelijke positie, oog heeft voor de belangen en opvattingen in het politieke veld. De raadsleden nemen een politiek onafhankelijke positie in de commissie in: zij zijn niet namens hun fractie in de rekenkamercommissie benoemd, maar verkozen door de gehele raad.

Inmiddels is in Utrecht ook geregeld dat de rekenkamer voor wat betreft de benoeming van raadsleden een voordracht maakt. Deze voordracht komt tot stand nadat raadsleden hun interesse voor het lidmaatschap van de rekenkamercommissie hebben getoond. Waarna er gesprekken door de commissie worden gevoerd met de kandidaat-leden. Indien de belangstelling of de kwaliteit van de kandidaten onvoldoende is kan de commissie de voordracht van de commissie aan de raad aanvullen met externe leden. De afspraak met de Raad is inmiddels dat de commissie uit maximaal vier raadsleden bestaat.

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)