5. De grondwettelijke autonome bestuursbevoegdheid

De autonome bestuursbevoegdheid blijft vooralsnog bij de raad. Onder de autonome bestuursbevoegdheid wordt de bevoegdheid van het gemeentebestuur verstaan besluiten te nemen over zaken die niet bij de Gemeentewet of een bijzondere wet specifiek aan een gemeentelijk bestuursorgaan (raad of college) zijn opgedragen en die ook niet specifiek aan een ander overheidsorgaan zijn opgedragen (zoals rijks- of provincieorganen). De autonome bestuursbevoegdheid betreft besluiten die niet zijn het stellen van algemene regels (zoals verordeningen). Besluiten uit die laatste categorie zijn immers in principe altijd bevoegdheden van de raad. In de sfeer van de gemeentelijke autonomie zijn ook de typische bestuursbevoegdheden, zoals het beslissen op een aanvraag voor een beschikking, raadsbevoegdheden.

Deze bevoegdheid van de raad berust op artikel 124 en 125 van de Grondwet. Voorbeelden van het gebruik van de autonome bestuursbevoegdheid betreffen het besluit tot de bouw van een nieuw gemeentelijk zwembad, straatnaamgeving en huisnummering, het aangaan van jumelages met buitenlandse gemeenten en het vaststellen van subsidies aan culturele instellingen. Delegatie van specifieke autonome bestuursbevoegdheden aan het college komt dikwijls voor, bijvoorbeeld inzake subsidieverlening.

Om mogelijk te maken dat de algemene autonome bestuursbevoegdheid bij het college berust is een grondwetswijzing noodzakelijk. Het voornemen bestaat om door een herziening van de artikelen 124 en 125 van de Grondwet te verankeren dat de autonome bestuursbevoegdheid bij het college terechtkomt. Dat zal echter nog wel enige tijd op zich laten wachten. Deze grondwetsherziening bevindt zich op dit moment nog in de voorbereidende fase. Er is advies van de Raad voor het openbaar bestuur gevraagd. Een grondwetswijziging zal tweemaal door beide Kamers van de Staten-Generaal moeten worden aanvaard, waarvan de tweede keer met een 2/3 meerderheid. Tussen de eerste en de tweede lezing van een grondwetsherziening dient een verkiezing van de Tweede Kamer plaats te vinden.

In een gemeente bestaat een gemeentelijke subsidieregeling voor kunstenaars voor de huur van atelierruimte. Indien een kunstenaar een verzoek om subsidie indient dan is de raad het bevoegde orgaan om op dit verzoek te beslissen, ook al is er sprake van een beschikking en dus een typische bestuursbevoegdheid. Het is een bestuursbevoegdheid in de autonome sfeer en dus is de raad het bevoegde orgaan. Er is namelijk geen enkele wettelijke regeling die het college of de burgemeester hiertoe bevoegd verklaart. De raad kan het nemen van besluiten op individuele verzoeken van kunstenaars om subsidie wel, geheel of gelimiteerd tot een bepaalde hoogte, aan het college delegeren. De oorspronkelijke bevoegdheid blijft echter bij de raad liggen en een delegatiebesluit kan dan ook te allen tijde ingetrokken worden.

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)