In elke gemeente passeert een groot aantal onderwerpen de revue dat mogelijk een onderzoek door de rekenkamer 'verdient'. Om deze stroom van mogelijke onderzoeken voor de rekenkamer behapbaar te houden, is het wenselijk dat de rekenkamer een set van criteria ontwikkelt op basis waarvan zij bepaalt wat te onderzoeken. Elementen kunnen zijn:
De rekenkamer bepaalt zelf welke onderwerpen zij onderzoekt. Dit is onderdeel van haar onafhankelijkheid. Dit wil niet zeggen dat dit keuzeproces in alle gevallen een zaak van de rekenkamer 'alleen' is. Het is mogelijk en wenselijk om de gebruikers van de onderzoeksresultaten bij het afwegingsproces te betrekken. Hierbij kan op de eerste plaats aan de gemeenteraad worden gedacht, maar zeker ook aan het college of de inwoners van de gemeente en hun organisaties.
Rekenkameronderzoek heeft over het algemeen een terugblikkend karakter. Onderzocht wordt hoe zaken zijn verlopen, hoe keuzen tot stand zijn gekomen en welke lessen voor de toekomst hieruit kunnen worden geleerd. In haar afweging wat te onderzoeken kan de rekenkamer ook besluiten op bepaalde belangrijke gebieden vroeger in de beleidscyclus een rol te willen spelen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het toetsen van de uitvoerbaarheid, meetbaarheid, controleerbaarheid of consistentie van aangekondigde beleidsmaatregelen of meerjarenprogramma's. De rekenkamer moet er met name in zo'n onderzoek wel voor waken dat ze zich inlaat met inhoudelijke politieke afwegingen; deze zijn nadrukkelijk het terrein van de raad en het college zelf.
De praktijk laat zien dat rekenkamers veelal kiezen voor relatief grote onderzoeken waarvan de resultaten vervolgens in de vorm van een rapport naar buiten worden gebracht. Er zijn echter vele andere werkwijzen denkbaar.
De rekenkamer kan variatie aanbrengen in het soort onderzoek. Zo is de rekenkamer vrij om grote(re) onderzoeken af te wisselen met quick scan's op een beperkter terrein of met kleinere acties waarin bijvoorbeeld commentaar wordt gegeven op ontwikkelingsprocessen die binnen de gemeente lopen. Dit commentaar kan dan in de vorm van een brief naar de raad. Voor kleinere rekenkamers kan dit een goedkope, maar effectieve manier van optreden zijn.
Daarnaast kan de rekenkamer variatie aanbrengen in de manier waarop de uitkomsten van onderzoek naar buiten worden gebracht. Naast rapporten kan worden gedacht aan het organiseren van conferenties en workshops of het publiceren van handreikingen. Vanzelfsprekend zal hier aan een desbetreffende rapportage ten grondslag liggen.
In de keuze van een onderzoeksaanpak en een publicatievorm dient steeds de vraag voorop te staan welk effect men wil bereiken met het onderzoek. Hieruit volgt vaak al snel welke doelgroep (burgers, raadsleden, wethouders of ambtenaren), met welk soort onderzoek, op welke wijze het best kan worden bereikt.
Met het oog op de transparantie van het werk van de rekenkamer is het wenselijk dat de omgeving zicht krijgt op de voorgenomen onderzoeken. Dit kan door:
Een goed hulpmiddel hierbij kan een eigen website zijn.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)