De wijze van uitvoering van het onderzoek vloeit voort uit de wijze waarop de organisatie van de rekenkamer is vormgegeven, deels gaat het om de beantwoording van de vraag hoe men zo effectief mogelijk denkt te zijn. Aan de basis van de uitvoering zal in alle gevallen een toereikend budget moet liggen. Wat 'toereikend' is, zal de raad nadermoeten bepalen.
De wijze van uitvoering behelst een antwoord op de vraag hoe het budget wordt ingezet. Onderzoek door de rekenkamer zal immers in de meeste gevallen niet door de leden zelf worden uitgevoerd. Daarom is het noodzakelijk te bepalen wie dat wel doen. Grofweg zijn er vier opties met elk voor- en nadelen.
1. Uitvoering door eigen medewerkers van de rekenkamer
De rekenkamer in dit geval voor de werkzaamheden een organisatie op bestaande uit deskundige medewerkers die (vrijwel) al het onderzoek uitvoeren. Met het oog op stabiliteit van de organisatie is het wenselijk dat de raad het budget van de rekenkamer voor enige jaren vaststelt. Voordelen van deze variant zijn onder meer het werken met een vaste bezetting van mensen die op elkaar ingespeeld raken, het opbouwen van kennis, het bekend raken met de gemeentelijke organisatie en directe lijnen van aansturing tussen rekenkamer en uitvoerders. Het belangrijkste nadeel van deze variant (voor kleinere gemeenten) schuilt er in dat gezien de te verwachten relatief beperkte omvang van de rekenkamer (voor kleinere gemeenten) slechts een beperkt aantal deskundigheden in de organisatie aanwezig zal zijn. In de praktijk kan het dan voorkomen dat ter aanvulling alsnog inhuur van derden noodzakelijk is, waardoor de kosten toenemen.
2. Uitvoering door inhuur van externen (bijv. onderzoeksbureaus)
De rekenkamer laat de werkzaamheden uitvoeren door externen. Dit heeft als grote voordeel dat per onderzoek kan worden afgewogen welke expertise in welke omvang op enig moment nodig is om het onderzoek uit te voeren. De inhuur wordt hier vervolgens op afgestemd. Er kleven ook enkele nadelen aan deze variant:
3. Uitvoering door ingeleende ambtenaren van de gemeente zelf
De rekenkamer laat de werkzaamheden (per afzonderlijk onderzoek) uitvoeren door ambtenaren die worden ingeleend uit de gemeentelijke organisatie. Deze aanpak heeft als belangrijke voordelen dat de kosten relatief laag zijn en dat de medewerkers goed thuis zijn in de te onderzoeken materie. Dit voordeel is ook gelijk het grootste nadeel, doordat de medewerkers afkomstig zijn uit de ambtelijke organisatie ontstaat al snel (de schijn van) belangenverstrengeling. De onafhankelijkheid van de rekenkamer en de integriteit van de medewerker komen hierdoor in het geding. Er is het gevaar van (schijnbare) belangenverstrengeling. Duidelijke afspraken zijn bij deze variant zonder meer noodzakelijk tussen de rekenkamer en het college. Voorop staat daarbij dat de betrokken ambtenaren onder volledige verantwoordelijkheid werken van de rekenkamer.
4. Uitvoering door ingeleende ambtenaren van andere gemeenten
Een variant die voorts kan worden overwogen is het inlenen van ambtenaren van andere gemeenten. Het gevaar van (schijnbare) belangenverstrengeling is beperkt, terwijl het kostenvoordeel in belangrijke mate in stand blijft.
Box 6.1
| Voorbeeld Zwijndrecht |
|
De rekenkamercommissie van de gemeente Zwijndrecht heeft vanaf de instelling op 1 oktober 1999 voor deze variant gekozen. Op één dag in de week verzorgt de concerncontroller van de gemeente Goes het secretariaat van de commissie en voert hij (vrijwel) al het onderzoek uit. Voor relatief kleine gemeenten is dit een goed werkbare oplossing. De kosten zijn laag en de medewerker is goed thuis in de te onderzoeken materie. Het geeft de rekenkamercommissie de gewenste mix van betrokkenheid van de raad en onafhankelijkheid. Belangenverstrengeling en bedrijfsblindheid worden voorkomen. Elke raadsfractie is met één lid in de rekenkamercommissie van Zwijndrecht vertegenwoordigd. Behalve de externe secretaris/onderzoeker bestaat de commissie uit een externe voorzitter. De specifieke deskundigheid van de twee externe leden op het gebied van het uitvoeren van beleidsevaluaties bij de lokale overheid waarborgt de kwaliteit van de onderzoeken. |



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)