7. De fase voor wijziging van de medebewindswetten
Vooruitlopend op de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden kan op lokaal niveau al veel worden gedaan om op het nieuwe stelsel te anticiperen. Het is aan te raden om, via aanpassing van het delegatiebesluit, bestuursbevoegdheden nu al aan het college te delegeren. Verregaande delegatie bevordert in hoge mate een dualistische wijze van bestuur van de gemeente. Bovendien kunnen alle betrokkenen al aan de situatie wennen, zoals die na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden luidt.
Als de raad formeel niet langer beschikt over een scala aan bestuursbevoegdheden, heeft hij ook meer tijd om zich te richten op zijn kaderstellende en controlerende taken. Bovendien kan het college de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van bestuursbevoegdheden niet langer afschuiven op de raad met een beroep op de formele medeverantwoordelijkheid. Het college is volledig verantwoordelijk en zal daarop aangesproken kunnen worden door een raad die geen medebestuurder maar controleur is.
De bijlage bij deze handreiking bevat een lijst van bestuursbevoegdheden uit medebewindswetten waarvan in het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden wordt voorgesteld deze aan het college toe te delen. De raad kan bestuursbevoegdheden via wijziging van het delegatiebesluit nu al overdragen aan het college, voor zover de aard van de bevoegdheid zich hier niet tegen verzet of de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet, kan onder andere uit uitspraken van de rechter worden afgeleid. De rechter heeft in een aantal gevallen delegatie niet geoorloofd geacht. Het kan ook blijken uit de parlementaire geschiedenis, in het bijzonder uit de Memorie van Toelichting. In het algemeen geldt dat als uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever een bevoegdheid bewust bij de raad heeft gelegd of als een wet een afgewogen stelsel van bevoegdheidsverdeling tussen raad en college kent, de rechter mogelijk oordeelt dat de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet. Dit risico doet zich zeker voor bij onderwijs- en ruimtelijke ordeningswetgeving. Voor een aantal bevoegdheden zal gelden dat veel raden die nu al aan het college gedelegeerd hebben. Overigens moet het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden nog voor advies aan de Raad van State voorgelegd worden en daarna voor behandeling aan de Tweede en Eerste Kamer aangeboden worden. Dit kan uiteraard nog tot wijzigingen van de wet en de lijst van bevoegdheden leiden.
In de lijst in de bijlage zijn geen bevoegdheden uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) opgenomen. Bij de algehele herziening van de WRO, die op dit moment in voorbereiding is, zal de vraag van de bevoegdheidsverdeling over raad en college aan de orde komen. In het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden zullen geen wijziging in de WRO worden opgenomen. In de praktijk blijkt dat in gemeenten veel vragen bestaan over de bevoegdheden die in de WRO zijn vastgelegd. Tot de herziening van de wet blijven de bevoegdheden dus verdeeld zoals op dit moment het geval is.
De lijst bevat geen bevoegdheden die berusten op algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) zoals het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). Deze amvb’s zullen in een afzonderlijke operatie aangepast worden aan de dualisering van het gemeentebestuur. Voorlopig verschuiven deze bevoegdheden dus niet. Ook hiervoor geldt dat de raad deze bevoegdheden wel kan delegeren aan het college, voor zover de aard van deze bevoegdheden zich hier niet tegen vezet.
Het benoemen van de gemeentearchivaris (artikel 32, derde lid, Archiefwet 1995)
Het benoemen van personen, zoals in dit geval de gemeentearchivaris, is een bestuursbevoegdheid, die in de toekomst aan het college zal toekomen. Nu is de raad nog het bevoegde orgaan hiertoe.
Het college zal zich er natuurlijk met de nieuwe bevoegdheidsverdeling van bewust moeten zijn dat het voor alles wat het doet, ter verantwoording kan worden geroepen door de raad. Iemand benoemen, waarvan men weet of had kunnen weten dat de raad daar grote bezwaren mee heeft is politiek niet verstandig.
Overigens is de benoeming van de raadsgriffier natuurlijk wel een bevoegdheid van de raad.







