Bijlage I - Inventarisatie burgerparticipatie / burgerinitiatieven

Door het Instituut voor Publiek en Politiek in opdracht van de Vernieuwingsimpuls (samenvatting)

Werkwijze
Aan de raadsgriffiers van alle Nederlandse gemeenten is gevraagd een digitale enquête rond het onderwerp burgerparticipatie / burgerinitiatieven in te vullen. De respons was 46%. Ook werd de gemeenten verzocht om, indien aanwezig, de digitale versie van de verordening of regeling burgerinitiatief toe te sturen.

Resultaten vragenlijst en verordeningen burgerinitiatief; inzet participatie-instrumenten
Participatie-instrumenten die in veel gemeenten worden ingezet zijn de informatieavond, inspraakprocedures, hoorzittingen en het vragenuur. Daarentegen worden volgens de respondenten participatie-instrumenten als het referendum, de scenariobouw, kwaliteitspanels, ontwerpateliers en vooral (Deventer) wijkaanpak weinig toegepast. Participatie-instrumenten worden vooral ingezet bij het formuleren van oplossingen, de voorbereiding van besluitvorming en de besluitvorming zelf. Opvallend is dat de instrumenten weinig worden ingezet bij de probleemanalyse. Ook in de oriëntatiefase en de fase van probleemstelling worden de instrumenten nauwelijks ingezet. Volgens 54% van de respondenten is de inzet van deze instrumenten veranderd sinds de invoering van het dualisme. Het participatie-instrumentarium is uitgebreid en wordt vaker ingezet. Veel gemeenten kennen sinds de invoering van het dualisme een Verordening burgerinitiatief. Ook heeft de raad sindsdien een actievere rol.

Burgerinitiatief
De helft van de respondenten geeft aan dat binnen hun gemeente geen verordening of reglement burgerinitiatief van kracht is. In de gemeenten met een reglement of verordening betreft het meestal een zelfstandige verordening. Van deze verordening wordt over het algemeen weinig tot geen gebruik gemaakt. Burgerinitiatieven betreffen vooral de (beleids)terreinen ruimtelijke ordening, leefbaarheid en jeugdbeleid. Succesvolle burgerinitiatieven zijn meestal gericht op het realiseren of behouden van voorzieningen. Burgerinitiatieven worden succesvol genoemd wanneer het voorstel is gehonoreerd en dus het doel is bereikt. Burgerinitiatieven zijn niet altijd succesvol; soms was de raad niet bevoegd of wees de raad het voorstel af. Andere redenen die genoemd werden, waren dat het beleid al in een te ver gevorderd stadium was of dat het voorstel niet voldeed aan de (indienings)criteria. Er is grote overeenstemming over de definitie van een burgerinitiatief. Bij 89% van de 223 respondenten komt de definitie uit de vragenlijst overeen met de eigen opvatting. Die definitie is in deze handreiking verwerkt. Veruit de meeste respondenten (87%) vinden de Verordening burgerinitiatief een nuttig instrument. Zoetermeer heeft als eerste gemeente in Nederland het digitale burgerinitiatief ingevoerd. Inwoners hebben de mogelijkheid via een website een burgerinitiatief in te dienen. De gemeente wil op deze manier zoveel mogelijk drempels wegnemen. Als de raad een voorstel in behandeling neemt, kunnen de initiatiefnemers de voortgang blijven volgen op de website.

Voorwaarden burgerinitiatief
Ongeveer tweederde van de respondenten heeft aangegeven dat een burgerinitiatief uit een voorstel kan bestaan, voor eenderde is ook een onderwerp voldoende. Het aantal vereiste handtekeningen ter ondersteuning van het initiatief verschilt per gemeente. Meestal zijn inwoners van een gemeente van 16 jaar of ouder initiatiefgerechtigd. Sommige gemeenten bieden ook belanghebbenden, zoals bezitters van onroerend goed, maatschappelijke organisaties, personen die werkzaam zijn in de gemeente waarin het initiatief wordt ingediend of personen die als zelfstandige staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in de desbetreffende gemeente, de mogelijkheid een burgerinitiatief in te dienen. Uit de inventarisatie blijkt, dat de meeste gemeenten dezelfde uitsluitingcriteria hanteren als genoemd in artikel 4 van de modelbepalingen in de eerste handreiking burgerinitiatief van de Vernieuwingsimpuls (2001). Hetzelfde geldt voor de voorwaarden die aan indiening worden gesteld.

Knelpunten, succes- en faalfactoren bij burgerinitiatieven
De meeste respondenten zien als voornaamste knelpunt een gebrek aan kennis en informatie: burgers zijn niet op de hoogte van het bestaan van (de regeling) burgerinitiatieven of kunnen niet met de bestaande regeling uit de voeten; ook raadsleden weten vaak niet wat het burgerinitiatief precies inhoudt of hoe ze moeten handelen als een burgerinitiatief wordt ingediend. Als succesfactoren voor burgerinitiatieven worden vooral goede informatie en communicatie genoemd. Verder moet de raad (of de gemeente) willen luisteren en de burger serieus nemen. Nog een voorwaarde voor succes zijn betrokken en gemotiveerde burgers. Tenslotte vindt men het van belang het instrument laagdrempelig te houden. De drie meest genoemde faalfactoren zijn: de gemeente die niet serieus met ingediende burgerinitiatieven omgaat, slechte informatie en communicatie rond het burgerinitiatief en een onzorgvuldige voorbereiding van initiatieven door burgers zelf.

Rolverdeling
Het ondersteunen van initiatiefnemers, het adviseren van raadsleden, het faciliteren van de procedure rond burgerinitiatieven, het controleren van de criteria en het reglement, en het stimuleren van burgerinitiatieven vinden de respondenten duidelijk tot het takenpakket van de griffie behoren. In enkele gemeentelijke verordeningen is de griffier verantwoordelijk gemaakt voor de ondersteuning van burgerinitiatieven, maar meestal wordt dat niet expliciet aangegeven.


Meer informatie
Klik hier voor de gehele rapportage van het Instituut voor Publiek en Politiek.

 

U bent hier



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)