Welke taken zijn college-aangelegenheden en welke raadsaangelegenheden in het duale stelsel? Eén van de pijlers van de Wet dualisering is dat gemeentelijke bestuursbevoegdheden zoveel mogelijk bij het college worden geconcentreerd. Het college is wel verplicht de raad actief informatie te verschaffen en de raad kan het college ter verantwoording roepen.
Deze handreiking is een leidraad om de verschuiving van bestuursbevoegdheden in de praktijk zo goed mogelijk door te voeren. In de bijlage vindt u een lijst met bestuursbevoegdheden die aan het college kunnen worden gedelegeerd.
Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie, 2002
Online
Wilt u de handreiking online bekijken, klik dan op één van de hoofdstuktitels (blauwe middenbalk rechts).
Download
Via onderstaande link kunt u de handreiking ook downloaden en desgewenst printen. In de pdf is een aparte inhoudsopgave opgenomen, waarmee u gemakkelijk door het document kunt navigeren.
Op 7 maart 2002 is de Wet dualisering gemeentebestuur in werking getreden. Één van de pijlers van de Wet dualisering gemeentebestuur is dat gemeentelijke bestuursbevoegdheden zoveel mogelijk bij het college worden geconcentreerd. Wel kan de raad kan het college ter verantwoording roepen over de wijze waarop het zijn bestuursbevoegdheden uitoefent. Ook is het college verplicht de raad actief informatie te verschaffen. De invloed van de raad op deze bevoegdheden verdwijnt dus niet maar zal op politiek niveau tot uiting moeten komen.
Deze handreiking heeft tot doel informatie te verschaffen over de dualisering van bestuursbevoegdheden. Met name gaat het daarbij om de vraag welke concrete taken in het nieuwe stelsel collegeaangelegenheden zijn en welke raadsaangelegenheden. Het gaat om wat kort gezegd ook wel de boedelscheiding van de gemeentelijke bestuurstaken wordt genoemd.
De handreiking biedt gemeenten een leidraad om de verschuiving van bestuursbevoegdheden zo goed mogelijk in de praktijk door te voeren. De handreiking geeft een overzicht van de wetgevende stappen waarin de dualisering van bestuursbevoegdheden haar beslag krijgt. Vervolgens komt aan de orde hoe gemeenten kunnen anticiperen op wetgeving die in voorbereiding is: hoe kunnen gemeenten op dit gebied al dualistisch werken? In hoeverre kunnen bestuursbevoegdheden daartoe worden overgedragen? Op verschillende plaatsen in de tekst zijn voorbeelden van concrete bevoegdheden in kaders opgenomen. Deze geven inzicht in de bevoegdheden, waar het in de praktijk om gaat. Het slot van deze handreiking bevat een tweetal praktische onderdelen:
Dualisering van bestuursbevoegdheden heeft een duidelijke plaats in het geheel van de dualisering van het gemeentebestuur en kan niet los gezien worden van de rest van de operatie. De drie belangrijkste pijlers van de dualisering van het gemeentebestuur zijn:
Mede door de verschuiving van bevoegdheden moet de raad meer tijd krijgen om zich toe te leggen op zijn taken als volksvertegenwoordigend orgaan. De agenda van de raadsvergaderingen zal over het algemeen korter worden. Daarnaast krijgt de raad ruimere kaderstellende en controlerende bevoegdheden waardoor een effectieve controle op het bestuur beter mogelijk wordt dan voorheen.
Wat zijn bestuursbevoegdheden?
Om duidelijk te maken wat bestuursbevoegdheden zijn is het het gemakkelijkst om te omschrijven wat ze niet zijn. De memorie van toelichting bij de Wet dualisering gemeentebestuur stelt duidelijk dat alle gemeentelijke bevoegdheden tot het stellen van algemene regels geen bestuursbevoegdheden zijn en dus bij de raad behoren te blijven. Het vaststellen van verordeningen of van een plan met een meer verordenend karakter blijft een bevoegdheid van de raad. Het bekendste voorbeeld van een plan met een verordenend karakter is het bestemmingsplan. Het vaststellen van het bestemmingsplan blijft dus een raadsbevoegdheid. Ook de bevoegdheden tot het vaststellen van respectievelijk een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan en een gemeentelijk milieubeleidsplan blijven in het komende wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden raadsbevoegdheden.
Welke bevoegdheden zijn dan wél bestuursbevoegdheden? Bij bestuursbevoegdheden gaat het om uitvoerende bevoegdheden, bevoegdheden tot het nemen van concrete beslissingen (beschikkingen en besluiten met een algemene strekking) en de vaststelling van beleidsregels. Bestuursbevoegdheden betreffen alle bevoegdheden die niet het vaststellen van de begroting en de rekening, het vaststellen van verordeningen, het vaststellen van (andere) algemene regels of het vaststellen van plannen met een verordenend karakter inhouden. Veelal, maar niet altijd, zijn deze bevoegdheden in de huidige wetgeving al aan het college toegekend. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de benoeming of de aanwijzing van personen voor een specifieke functie, zoals de benoeming van leden van een bestuurscommissie van een openbare school. Ook het vaststellen van schadevergoedingen, het geven van adviezen aan andere bestuursorganen over bestuurskwesties, het feitelijk onderhouden van gemeentelijke eigendommen, kunnen alle als bestuursbevoegdheden worden beschouwd. Meer concrete voorbeelden vindt u in de kaders tussen de tekst en in de bijlage bij de handreiking.
Welke soorten bestuursbevoegdheden bestaan er in het gemeentebestuur?
In het monistische stelsel was de raad het algemeen bestuur van de gemeente. In ieder geval in theorie bestuurde de raad. Het college kon worden gezien als het orgaan dat de bestuurlijke besluiten van de raad voorbereidde en uitvoerde. In de praktijk oefende het college al veel bestuursbevoegdheden van de raad uit, maar dat was dan gebaseerd op een delegatiebesluit. De Gemeentewet en diverse bijzondere wetten attribueerden de bestuursbevoegdheden over het algemeen aan de raad of aan het gemeentebestuur. In het monistische systeem was de raad het bevoegde orgaan tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalde. Sommige bestuursbevoegdheden worden ook nu al rechtstreeks in medebewindswetten aan het college toebedeeld.
Er zijn drie soorten bestuursbevoegdheden te onderscheiden:
Dualisering van bestuursbevoegdheden
Dualisering van bestuursbevoegdheden betekent dat een deel van de besluiten die onder het oude stelsel door de raad werden genomen voortaan door het college zullen worden genomen. De dualisering van de in de Gemeentewet opgenomen bestuursbevoegdheden heeft plaatsgevonden door de Wet dualisering gemeentebestuur die 7 maart jl. in werking is getreden.
Voor de overdracht van de gemeentelijke bestuursbevoegdheden die bij bijzondere wet zijn opgedragen is een apart wetsvoorstel in voorbereiding (wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden). Dit wetsvoorstel bevindt zich nu (juni 2002) nog in de ontwerpfase. Advisering door de Raad van State en behandeling in Tweede en Eerste Kamer moeten nog plaatsvinden. Over de definitieve inhoud van de wet zijn dus nog geen garanties te geven. Toch krijgt u door middel van deze handreiking alvast een idee over de voornemens van het kabinet inzake de toekomstige verdeling van medebewindstaken tussen raad en college.
Voor de overdracht van de autonome bestuursbevoegdheid is een grondwetswijziging nodig. Hierover is advies gevraagd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Vaststellen gemeentelijk rampenplan (artikel 3 Wet rampen en zware ongevallen)
Het vaststellen van het gemeentelijk rampenplan zal in de toekomst een bevoegdheid van het college worden. De wet geeft gedetailleerd aan welke elementen het rampenplan moet bevatten. Het college heeft op dit punt dus maar weinig beleidsvrijheid. Het rampenplan is, anders dan bijvoorbeeld het bestemmingsplan, geen plan met een verordenend karakter.
In het oude stelsel, zoals dat tot 7 maart 2002 bestond, lagen de gemeentelijke bestuursbevoegdheden zoals gezegd in principe bij de raad. In veel gemeenten was het echter al gebruikelijk dat de raad het grootste deel van de bestuursbevoegdheden had gedelegeerd aan het college. Formeel lag de bevoegdheid bij de raad en de raad kon te allen tijde besluiten een delegatiebesluit in te trekken en de bevoegdheden weer aan zich te trekken. Zeker in de kleinere gemeenten was het overigens niet ongebruikelijk dat de raad een groot aantal bestuursbevoegdheden ook daadwerkelijk zelf uitoefende.
De Wet dualisering gemeentebestuur, die op 7 maart 2002 in werking is getreden, heeft ertoe geleid dat de meeste in de Gemeentewet opgenomen bestuursbevoegdheden zijn verschoven van de raad naar het college. De belangrijkste van deze bestuursbevoegdheden van het college zijn opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet.
Het college heeft nu onder andere de volgende bevoegdheden:
Over de uitoefening van de onder 3 tot en met 6 genoemde bevoegdheden moet het college vooraf inlichtingen aan de raad verstrekken, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen.
Voor een gedeelte van de onder 3 genoemde bevoegdheden geldt een eigen, enigszins afwijkende regeling. Het college mag namelijk de bevoegdheid om te besluiten tot oprichting van en deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen alleen uitoefenen nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Het verschil met de regeling voor de overige onder 3 tot en met 6 genoemde bevoegdheden is dat een besluit tot oprichting van en deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen in alle gevallen eerst aan de raad voorgelegd moet worden en niet alleen indien de raad om inlichtingen verzoekt of de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente.
Het college is dus wel het bevoegde orgaan, maar de raad behoudt ten aanzien van een aantal belangrijke bevoegdheden wel invloed vooraf. Deze regeling garandeert bovendien dat het college de uitoefening van deze bevoegdheden niet buiten het gezichtsveld van de raad houdt. Dit vergemakkelijkt de politieke controle door de raad. Overigens is het college over de uitoefening van al zijn bevoegdheden verplicht om de raad alle inlichtingen te verstrekken, die de raad voor de uitoefening van zijn functie nodig heeft (actieve informatieplicht).
De overheveling van deze bestuursbevoegdheden is op 7 maart 2002 van kracht geworden. Dit betekent dat de raad eventuele delegatiebesluiten, waarin gemeentewettelijke bestuursbevoegdheden geheel of gedeeltelijk aan het college zijn overgedragen, moet intrekken.
Er moet een stichting komen die een cultureel festival zal organiseren in de gemeente. Een besluit tot oprichting wordt genomen door het college op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel e. In het verleden betrof het een raadsbevoegdheid. Overigens dient het college de raad in dit geval op grond van artikel 160, tweede lid, vooraf het ontwerpbesluit toe te zenden, zodat deze zijn wensen of bedenkingen tegen het voorgenomen collegebesluit nog kenbaar kan maken. De beslissingsbevoegdheid ligt uiteindelijk echter bij het college, de uitvoeringshandeling wordt verricht door de burgemeester. Dat betekent dat het college, ook indien het voorstel geformuleerd is volgens de wensen van de raad, zelf de volledige verantwoordelijkheid voor het besluit draagt. Het gaat immers om een collegebesluit en niet om een raadsbesluit.
Naast de bestuursbevoegdheden die de Gemeentewet toekent, bestaat er een groot aantal bestuursbevoegdheden dat zijn grondslag vindt in de verschillende andere wetten. Deze wetten bestrijken alle beleidsterreinen waarin bestuurlijke uitvoeringstaken bij de gemeente worden gelegd. Deze gevorderde uitoefening van bevoegdheden, opgedragen bij wet, wordt medebewind genoemd.
Op dit moment kennen de verschillende wetten bestuursbevoegdheden soms aan het gemeentebestuur of de gemeenteraad toe, hetgeen zich niet verdraagt met de voorgenomen concentratie van bestuursbevoegdheden bij het college. De volgende stap in het traject van de dualiseringsoperatie en met van name de ontvlechting van bevoegdheden is om de bestuursbevoegdheden in medebewind in principe aan het college toe te delen. Dat bevordert de helderheid van het dualistische bestuursstelsel en draagt bij aan de realisering van de doelen van de dualisering van het gemeentebestuur. Er is dan ook een wetsvoorstel tot dualisering van de gemeentelijke medebewindsbevoegdheden in voorbereiding. Alle wetgeving op de verschillende beleidsterreinen, waarin medebewindstaken op gemeentelijk niveau zijn opgenomen, wordt door middel van dat wetsvoorstel aangepast aan het dualistische systeem.
Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden medio 2003 in werking treedt. Vanaf dat moment kent de wet de uitoefening van de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten in beginsel aan het college toe. Tot die tijd is dat nog niet het geval, maar delegatie van de betreffende bestuursbevoegdheden aan het college is wel mogelijk, voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen delegatie verzet.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden, kan de raad bestuursbevoegdheden - voor zover mogelijk - aan het college delegeren. Hierdoor komt het gedualiseerd bestel al eerder tot zijn recht. Bovendien kunnen gemeenten zich voorbereiden op de praktijk na de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden. In hoofdstuk 7 wordt dit nader toegelicht.
Het verlenen van vrijstelling van het verbod een winkel geopend te hebben op zondag en andere wettelijk vastgestelde feestdagen (artikel 3 Winkeltijdenwet) wordt naar verwachting een bevoegdheid van het college. Het gaat om het aanwijzen van een aantal (zon)dagen (maximaal twaalf) waarop het verbod niet geldt. Dit aanwijzen van koopzondagen is te bestempelen als een besluit ter uitvoering van landelijk vastgestelde regelgeving (er bestaat immers beleidsvrijheid om 0, 3 of 12 zondagen aan te wijzen).
Een aantal bestuursbevoegdheden van de raad zal niet overgaan op het college. De belangrijkste hiervan is de bevoegdheid bestemmingsplannen vast te stellen en te wijzigen. Gezien het verordenende karakter van het bestemmingsplan behoort deze bevoegdheid bij de raad te blijven. Het is het voornemen ook de bevoegdheden tot het vaststellen van het verkeers- en vervoersplan en van het gemeentelijk milieubeleidsplan bij de raad te laten. Ook deze bevoegdheden hebben een overwegend verordenend karakter.
De autonome bestuursbevoegdheid blijft vooralsnog bij de raad. Onder de autonome bestuursbevoegdheid wordt de bevoegdheid van het gemeentebestuur verstaan besluiten te nemen over zaken die niet bij de Gemeentewet of een bijzondere wet specifiek aan een gemeentelijk bestuursorgaan (raad of college) zijn opgedragen en die ook niet specifiek aan een ander overheidsorgaan zijn opgedragen (zoals rijks- of provincieorganen). De autonome bestuursbevoegdheid betreft besluiten die niet zijn het stellen van algemene regels (zoals verordeningen). Besluiten uit die laatste categorie zijn immers in principe altijd bevoegdheden van de raad. In de sfeer van de gemeentelijke autonomie zijn ook de typische bestuursbevoegdheden, zoals het beslissen op een aanvraag voor een beschikking, raadsbevoegdheden.
Deze bevoegdheid van de raad berust op artikel 124 en 125 van de Grondwet. Voorbeelden van het gebruik van de autonome bestuursbevoegdheid betreffen het besluit tot de bouw van een nieuw gemeentelijk zwembad, straatnaamgeving en huisnummering, het aangaan van jumelages met buitenlandse gemeenten en het vaststellen van subsidies aan culturele instellingen. Delegatie van specifieke autonome bestuursbevoegdheden aan het college komt dikwijls voor, bijvoorbeeld inzake subsidieverlening.
Om mogelijk te maken dat de algemene autonome bestuursbevoegdheid bij het college berust is een grondwetswijzing noodzakelijk. Het voornemen bestaat om door een herziening van de artikelen 124 en 125 van de Grondwet te verankeren dat de autonome bestuursbevoegdheid bij het college terechtkomt. Dat zal echter nog wel enige tijd op zich laten wachten. Deze grondwetsherziening bevindt zich op dit moment nog in de voorbereidende fase. Er is advies van de Raad voor het openbaar bestuur gevraagd. Een grondwetswijziging zal tweemaal door beide Kamers van de Staten-Generaal moeten worden aanvaard, waarvan de tweede keer met een 2/3 meerderheid. Tussen de eerste en de tweede lezing van een grondwetsherziening dient een verkiezing van de Tweede Kamer plaats te vinden.
In een gemeente bestaat een gemeentelijke subsidieregeling voor kunstenaars voor de huur van atelierruimte. Indien een kunstenaar een verzoek om subsidie indient dan is de raad het bevoegde orgaan om op dit verzoek te beslissen, ook al is er sprake van een beschikking en dus een typische bestuursbevoegdheid. Het is een bestuursbevoegdheid in de autonome sfeer en dus is de raad het bevoegde orgaan. Er is namelijk geen enkele wettelijke regeling die het college of de burgemeester hiertoe bevoegd verklaart. De raad kan het nemen van besluiten op individuele verzoeken van kunstenaars om subsidie wel, geheel of gelimiteerd tot een bepaalde hoogte, aan het college delegeren. De oorspronkelijke bevoegdheid blijft echter bij de raad liggen en een delegatiebesluit kan dan ook te allen tijde ingetrokken worden.
Er bestaat geen twijfel over dat de eindverantwoordelijkheid in de gemeentelijke politiek bij de raad behoort te blijven. Sommigen menen dat de verschuiving van de bestuursbevoegdheden naar het college een verzwakking van de positie van de raad betekent. Dit is geen consequentie van de Wet dualisering gemeentebestuur. Het hangt in belangrijke mate af van de opstelling van de raad. De concentratie van de bestuursbevoegdheden bij het college kan namelijk niet los gezien worden van een ander kernonderdeel van de dualisering: de versterking van de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende functie van de raad. De Wet dualisering gemeentebestuur biedt de raad instrumenten ter versterking van zijn positie zoals de rekenkamerfunctie en de actieve informatieplicht van het college. De raad stelt de kaders waarbinnen het college zijn bestuursbevoegdheden uitoefent. De raad controleert - als het goed is - het beleidsproces doorlopend. Het college legt namelijk ook achteraf en zo nodig tussentijds verantwoording af aan de raad.
De concentratie van bestuursbevoegdheden bij het college wil dan ook niet zeggen dat de raad geen politieke invloed meer heeft op de uitoefening van deze bevoegdheden.
Kaderstellende functie
In de eerste plaats kan de raad gebruik maken van zijn formele instrumenten om beleidskaders te stellen: dat wil zeggen zijn verordenende en budgettaire bevoegdheden. Beide instrumenten werden in het verleden niet altijd optimaal benut. Het initiatief tot het maken van verordeningen lag in de praktijk bij het college. In een dualistisch stelsel is het de bedoeling dat raadsleden vaker initiatiefvoorstellen indienen, dan wel het college aansporen tot het maken van een voorstel voor een verordening. In de toekomst zou de raad meer op hoofdlijnen kunnen sturen en de gedetailleerde invulling van de verschillende begrotingsposten aan het college overlaten.
De versterking van de kaderstellende functie van de raad komt scherp naar voren in de verplichte invoering van de raadsgriffier en het recht op ambtelijke bijstand van de raad. De griffier en de medewerkers van de griffie staan de raad bij in de uitoefening van zijn taken. Dit kan vorm krijgen door het geven van inhoudelijke ondersteuning. Mocht de griffie hiertoe niet zelf de capaciteit in huis hebben dan kan ieder raadslid, over het algemeen via de griffier, een beroep doen op de reguliere ambtelijke organisatie. Dit uitgebreidere recht op ambtelijke ondersteuning geeft de raad meer armslag om zijn kaderstellende functie te vervullen.
Ten slotte kunnen raadsleden ook via het al bestaande instrument van de motie kaders stellen voor de wijze waarop het college zijn bevoegdheden uitoefent.
Controlerende functie
De raad kan het college ter verantwoording roepen als het gaat om de uitoefening van zijn bestuursbevoegdheden. De aanleiding hiervoor kan zijn gelegen in een (beleids)incident dat de nodige aandacht krijgt, een klacht van een burger of informatie die het college zelf verschaft. Ook is het denkbaar dat de beantwoording van een concrete mondelinge of schriftelijke vraag van een raadslid over een bepaald onderwerp aanleiding is voor interventie door de raad of door de raadscommissie. Tot slot kunnen rapportages van de rekenkamer of de rekenkamerfunctie, doelmatigheidsonderzoeken van het college, en onderzoeken van de raad zelf ertoe leiden dat het college verantwoording moet afleggen.
Het college heeft een actieve informatieplicht ten opzichte van de raad. Het college moet uit zichzelf, dus zonder dat de raad daarom verzoekt, alle inlichtingen aan de raad geven die deze nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het college kan niet zonder meer afwachten of de raad bepaalde informatie zal vragen of niet. Het onvolledig informeren van de raad schaadt het vertrouwen van de raad in het college met alle politieke gevolgen van dien.
Andere controle-instrumenten van de raad zijn het recht van onderzoek, het recht op interpellatie en het vragenrecht.
Regelen van de organisatie, het beheer en de taak van de gemeentelijke brandweer (artikel 1, tweede lid, Brandweerwet 1985)
Bij deze bevoegdheid gaat het om de inrichting van de organisatie van de brandweer. Geen bevoegdheid waarbij algemene regels gesteld worden. De aansturing van een organisatie is een uitvoerende taak. In gedualiseerde verhoudingen is dit duidelijk een taak van het college. Raadsleden zullen zich niet langer met het beheer van de brandweer bezig houden. Het besluit tot aankoop van een brandweerauto zal door het college genomen moeten worden. Wel zal de raad hier vooraf het benodigde budget voor ter beschikking gesteld moeten hebben. Voor de raadsleden ligt er natuurlijk ook een taak om het college te controleren bij de uitoefening van zijn taak. De vinger aan de pols houden, verantwoording vragen, maar niet langer zelf de regeling ter hand nemen.
Vertrouwensregel
Sluitstuk op de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende functie van de raad is zoals gezegd de vertrouwensregel. De wethouders kunnen niet langer functioneren indien zij het vertrouwen van de meerderheid van de raad hebben verloren. Dit betekent dat de door de raad gestelde kaders niet vrijblijvend zijn. Het college kan de opmerkingen van de raad niet voor kennisgeving aannemen en zich er vervolgens niets van aantrekken. In dat geval zal het college het vertrouwen van de raad verliezen en zullen één of meerdere wethouders moeten opstappen. De vertrouwensregel maakt precies duidelijk dat de eindverantwoordelijkheid in het gemeentebestuur bij de raad blijft. De raad houdt het laatste woord.
Vooruitlopend op de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden kan op lokaal niveau al veel worden gedaan om op het nieuwe stelsel te anticiperen. Het is aan te raden om, via aanpassing van het delegatiebesluit, bestuursbevoegdheden nu al aan het college te delegeren. Verregaande delegatie bevordert in hoge mate een dualistische wijze van bestuur van de gemeente. Bovendien kunnen alle betrokkenen al aan de situatie wennen, zoals die na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden luidt.
Als de raad formeel niet langer beschikt over een scala aan bestuursbevoegdheden, heeft hij ook meer tijd om zich te richten op zijn kaderstellende en controlerende taken. Bovendien kan het college de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van bestuursbevoegdheden niet langer afschuiven op de raad met een beroep op de formele medeverantwoordelijkheid. Het college is volledig verantwoordelijk en zal daarop aangesproken kunnen worden door een raad die geen medebestuurder maar controleur is.
De bijlage bij deze handreiking bevat een lijst van bestuursbevoegdheden uit medebewindswetten waarvan in het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden wordt voorgesteld deze aan het college toe te delen. De raad kan bestuursbevoegdheden via wijziging van het delegatiebesluit nu al overdragen aan het college, voor zover de aard van de bevoegdheid zich hier niet tegen verzet of de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet, kan onder andere uit uitspraken van de rechter worden afgeleid. De rechter heeft in een aantal gevallen delegatie niet geoorloofd geacht. Het kan ook blijken uit de parlementaire geschiedenis, in het bijzonder uit de Memorie van Toelichting. In het algemeen geldt dat als uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever een bevoegdheid bewust bij de raad heeft gelegd of als een wet een afgewogen stelsel van bevoegdheidsverdeling tussen raad en college kent, de rechter mogelijk oordeelt dat de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet. Dit risico doet zich zeker voor bij onderwijs- en ruimtelijke ordeningswetgeving. Voor een aantal bevoegdheden zal gelden dat veel raden die nu al aan het college gedelegeerd hebben. Overigens moet het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden nog voor advies aan de Raad van State voorgelegd worden en daarna voor behandeling aan de Tweede en Eerste Kamer aangeboden worden. Dit kan uiteraard nog tot wijzigingen van de wet en de lijst van bevoegdheden leiden.
In de lijst in de bijlage zijn geen bevoegdheden uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) opgenomen. Bij de algehele herziening van de WRO, die op dit moment in voorbereiding is, zal de vraag van de bevoegdheidsverdeling over raad en college aan de orde komen. In het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden zullen geen wijziging in de WRO worden opgenomen. In de praktijk blijkt dat in gemeenten veel vragen bestaan over de bevoegdheden die in de WRO zijn vastgelegd. Tot de herziening van de wet blijven de bevoegdheden dus verdeeld zoals op dit moment het geval is.
De lijst bevat geen bevoegdheden die berusten op algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) zoals het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). Deze amvb’s zullen in een afzonderlijke operatie aangepast worden aan de dualisering van het gemeentebestuur. Voorlopig verschuiven deze bevoegdheden dus niet. Ook hiervoor geldt dat de raad deze bevoegdheden wel kan delegeren aan het college, voor zover de aard van deze bevoegdheden zich hier niet tegen vezet.
Het benoemen van de gemeentearchivaris (artikel 32, derde lid, Archiefwet 1995)
Het benoemen van personen, zoals in dit geval de gemeentearchivaris, is een bestuursbevoegdheid, die in de toekomst aan het college zal toekomen. Nu is de raad nog het bevoegde orgaan hiertoe.
Het college zal zich er natuurlijk met de nieuwe bevoegdheidsverdeling van bewust moeten zijn dat het voor alles wat het doet, ter verantwoording kan worden geroepen door de raad. Iemand benoemen, waarvan men weet of had kunnen weten dat de raad daar grote bezwaren mee heeft is politiek niet verstandig.
Overigens is de benoeming van de raadsgriffier natuurlijk wel een bevoegdheid van de raad.
Vaststellen van de agenda
Bij het voorgaande moet worden bedacht dat er een wezenlijke verschuiving qua attitude bij de raad geboden is. Van formeel (mede)besturend orgaan dat veel (alweer formele) besluiten neemt, verandert de raad in een orgaan dat politieker opereert teneinde zijn eindverantwoordelijkheid waar te kunnen maken. Het algemene proces van cultuurverandering dat raden en colleges doormaken in het kader van de dualisering van het gemeentebestuur, is mede afhankelijk van deze omslag. Een belangrijk mechanisme om de beoogde attitudeverandering te ondersteunen is een ingrijpende aanpassing van de wijze waarop de agenda's van de raad en de raadscommissies tot stand komen. Materieel geschiedt dat thans in overwegende mate door het college respectievelijk de desbetreffende portefeuillehouder(s). In een gedualiseerd stelsel, waar de raad door middel van politieke sturing het college controleert en kaders stelt voor het collegebeleid, is het noodzakelijk dat de raad en zijn commissies zelf hun agenda vaststellen. Hiertoe kan de raad een agendacommissie instellen. Ook kan de raad het opstellen van de ontwerpagenda opdragen aan een presidium of seniorenconvent, waar de commissie- of fractievoorzitters en de burgemeester deel van kunnen uitmaken. Het zijn bovendien de raad en de raadscommissies die aangeven wanneer welk collegelid dient te verschijnen om verantwoording af te leggen.
De raadsagenda wordt anders
Door de verschuiving van een groot aantal bestuursbevoegdheden naar het college krijgt de raadsagenda een andere inhoud. De lijst van door het college voorgestelde raadsbesluiten verdwijnt grotendeels. Het college neemt immers voortaan deze besluiten. De raadsagenda kan daarom een stuk korter. Dit betekent overigens niet dat in de raad de uitoefening van de bestuursbevoegdheden niet meer aan de orde kunnen komen. Zoals in paragraaf 6 reeds uitgebreid aan de orde is geweest kan de raad in het kader van zijn controlerende functie de uitoefening van de bevoegdheden aan de orde stellen. De punten komen dan alsnog op de agenda te staan. De raad moet zelf op basis van politieke relevantie bepalen over welke onderwerpen gedebatteerd wordt. De raadsagenda geeft zo inzicht in de onderwerpen van bespreking en sluit beter aan bij wat er leeft in de gemeente. Dit vraagt eigen initiatief en politiek gevoel van raadsleden.
Een tweede manier waarop de uitoefening van bestuursbevoegdheden aan de orde kan komen is via een wijziging van de begroting. Indien een voorgenomen collegebesluit moet leiden tot aanpassing van de begroting moet dit via de raad gaan. Het budgetrecht blijft immers exclusief aan de raad voorbehouden.
Voorbeeldagenda's
Hieronder is een tweetal fictieve raadsagenda's opgenomen. De eerste is een 'oude' agenda zoals die er voor de dualisering van bestuursbevoegdheden uitziet. De tweede is een voorbeeld van een dualistische raadsagenda. Veel punten zijn verdwenen. Een enkele andere komt ervoor in de plaats. De cursief weergegeven punten op de nieuwe agenda staan niet op de ontwerpagenda maar worden tijdens de vergadering toegevoegd.
Oude raadsagenda
Nieuwe raadsagenda
Deze lijst is gebaseerd op het concept van het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden. Dit wetsvoorstel kan nog wijzigingen ondergaan. Er kan dus nog niet met zekerheid gezegd worden dat onderstaande bevoegdheden in de toekomst allemaal wettelijke collegebevoegdheden zullen worden. Om een zo dualistisch mogelijke werkwijze te bewerkstelligen kunnen de genoemde bevoegdheden nu al aan het college worden gedelegeerd, voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen delegatie verzet.
Verklaring: artikel 27h3= artikel 27h, derde lid.
|
Titel van de wet |
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
Burgerlijk Wetboek (boek 1) |
16d |
Gemeentebestuur |
Treffen van voorzieningen ten behoeve van de taakuitoefening door de ambtenaar van de burgerlijke stand |
|
Wet op de kansspelen |
27h 3 |
Gemeenteraad |
Instemmen met vestiging van een speelcasino |
|
Wet rechten burgerlijke stand |
5 1 |
Gemeente |
Beschikbaar stellen van een lokaal in het huis der gemeente ten behoeve van huwelijksvoltrekking/partnerregistratie |
|
Wetboek van Strafrecht |
430a |
Gemeenteraad |
Aanwijzen van plaatsen voor ongeklede openbare recreatie |
|
Brandweerwet 1985 |
12 |
Gemeenteraad |
Regelen van de organisatie, etc. van de gemeentelijke brandweer |
|
Wet algemene regels herindeling |
711 |
Gemeentebestuur |
Bewoners die overgaan naar een nieuwe gemeente in het GBA overschrijven |
|
71a |
Gemeentebestuur |
GBA persoons- en archiefregister aan de nieuwe gemeente overdragen |
|
|
Wet op de lijkbezorging |
361 |
Gemeenteraad |
Toestemming aan een andere gemeente geven tot uitbreiding van haar gemeentelijke begraafplaats die in de eigen gemeente is gelegen |
|
38 |
Gemeenteraad |
Kerkgenootschap toestemming geven voor het hebben van meer of grotere begraafplaatsen. |
|
|
391 |
Gemeenteraad |
Aan een kerkgenootschap een deel van de gemeentelijke begraafplaats ter beschikking stellen |
|
|
402 |
Gemeenteraad |
Maatregelen voorschrijven die nodig zijn om grond geschikt te maken om als begraafplaats te kunnen dienen. |
|
|
404 |
Gemeentebestuur |
Zorgdragen dat een kerkgenootschap grond ten behoeve van een begraafplaats in eigendom kan verwerven |
|
|
432 |
Gemeenteraad |
Besluiten tot sluiting van een gemeentelijke begraafplaats |
|
|
53 |
Gemeenteraad |
Vergunning verlenen voor het vestigen etc. van een bijzonder crematorium |
|
|
Wet rampen en zware ongevallen |
3 |
Gemeenteraad |
Vaststellen gemeentelijk rampenplan |
|
Archiefwet 1995 |
31 |
Gemeenteraad |
Aanwijzen gemeentelijke archiefbewaarplaats |
|
323 |
Gemeenteraad |
Benoemen van de gemeentearchivaris |
|
|
Mediawet |
422 |
Gemeente |
Bevorderen samengaan van de verschillende lokale (= gemeentelijke) omroepinstellingen |
|
423 431 en 2 |
Gemeente(bestuur) |
Uitbrengen advies aan het Commissariaat voor de Media of een lokale omroepinstelling aan de wettelijke eisen voldoet |
|
|
82k1 |
Gemeenteraad |
Instellen programmaraad |
|
|
Monumentenwet 1988 |
32 |
Gemeenteraad |
Uitbrengen advies aan Minister OCW met betrekking tot de aanwijzing beschermd monument |
|
222 |
Gemeenteraad |
Vaststellen hoogte schadevergoeding voor geleden schade als gevolg van weigeren vergunning tot afbreken, wijzigen, etc. van een beschermd monument, of als gevolg van de aan de vergunning verbonden voorschriften |
|
|
343 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van de subsidie van de minister van OCW voor het herstel en de instandhouding van beschermde monumenten |
|
|
Wet educatie en beroepsonderwijs |
2.33. |
Gemeentebestuur |
Besluiten over de verdeling van de rijksbijdrage |
|
2.361 |
Gemeentebestuur |
Zorg dragen voor een goede administratie |
|
|
3.11.1 |
Gemeentebestuur |
Overleg plegen met de ministers van OCW en LNV |
|
|
Wet op het specifiek cultuurbeleid |
11a |
Gemeentebestuur |
Vaststellen contributie voor het lenen van boeken in de openbare bibliotheek |
|
Wet op de expertisecentra |
|||
|
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
|
52c |
Gemeentebestuur |
Overleg met onderwijsinspectie inzake bevordering van de ontwikkeling van het (voortgezet) speciaal onderwijs |
|
|
285d |
Gemeenteraad |
Overleg met stichting tot instandhouding openbare school inzake begroting en jaarrekening |
|
|
285e |
Gemeenteraad |
Toezicht houden op het bestuur van een openbare school |
|
|
286 |
Gemeenteraad |
Goedkeuren van wijziging van statuten van de stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
289 |
Gemeenteraad |
Nemen van maatregelen met betrekking tot continuïteit van het onderwijsproces in geval van ernstige taakverwaarlozing door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school of functioneren in strijd met de wet |
|
|
501 |
Gemeenteraad |
Instellen rechtspersoon die tot doel heeft een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden |
|
|
511 |
Gemeenteraad |
Besluiten dat openbare scholen door een stichting in stand worden gehouden |
|
|
671 |
Gemeenteraad |
Indelen van het grondgebied in schoolwijken ten behoeve van doelmatige spreiding van de leerlingen over de openbare scholen |
|
|
695 |
Gemeente |
Toezien op naleving van de in artikel 69 genoemde voorschriften |
|
|
811 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan GS tot opneming van een school voor speciaal onderwijs in het jaarlijkse plan voor nieuwe speciale scholen. |
|
|
891 |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van de scholen |
|
|
911 |
Gemeenteraad |
Vaststellen jaarlijkse vergoeding ten behoeve van huisvesting voor scholen |
|
|
922 |
Gemeenteraad |
Toekennen vergoeding inzake kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school |
|
|
923 |
Gemeenteraad |
Vaststellen tijdstip en voorwaarden met betrekking tot aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school inzake vergoeding kosten van bouwvoorbereiding |
|
|
931 |
Gemeenteraad |
Vaststellen programma inzake huisvestingsvoorzieningen met betrekking tot niet door de gemeente instandgehouden scholen |
|
|
939 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake programma huisvestingsvoorzieningen |
|
|
109 |
Gemeenteraad |
Met bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school overeen komen dat gemeente een bedrag voor de huisvestingskosten betaalt. |
|
|
1151 |
Gemeenteraad |
Vaststellen aantal klokuren voor beschikbaar stellen van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening |
|
|
1153 |
Gemeenteraad |
Vaststellen hoogte vergoeding ten behoeve van ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening |
|
|
1292 |
Gemeente |
Verzoek aan Minister OCW om verhoging van vergoeding ten behoeve van materiële instandhouding van scholen. |
|
|
1346 |
Gemeenteraad |
Besluit om nevenvestiging van een niet in de gemeente gelegen school in aanmerking te laten komen voor een gemeentelijke vergoeding |
|
|
1371 |
Gemeenteraad |
Vaststellen in hoeverre er meer of minder wordt uitgegeven aan personeel en materieel van een door de gemeente in stand gehouden school dan door het rijk wordt vergoed |
|
|
1381 |
Gemeenteraad |
Vaststellen totaal van de uitgaven en ontvangsten van de door de gemeente in stand gehouden scholen |
|
|
1481 |
Gemeenteraad |
Opheffing scholen wegens wettelijk te laag aantal leerlingen |
|
|
1491 |
Gemeenteraad |
Verminderen aantal openbare scholen in de gemeente |
|
|
1531 |
Gemeenteraad |
Vaststellen onderwijsachterstandenplan |
|
|
15310 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake onderwijsachterstandenplan |
|
|
15311 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
1542 |
Gemeente |
Verdeling over de scholen van de van het rijk ontvangen financiële middelen ten behoeve van het onderwijsachterstandenplan |
|
|
1561 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
1571 |
Gemeenteraad |
Vaststellen plan inzake onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
1574 |
Gemeenteraad |
Oordelen of een rechtspersoon niet zijnde een school, betrokken wordt bij het plan inzake onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
1578 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake plan onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
1579 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
1611 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op onderwijs in allochtone levende talen en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
164 |
Gemeente |
Informatieverschaffing aan Minister OCW in verband met bekostiging |
|
|
1651 |
Gemeentebestuur |
Instandhouden van een schoolbegeleidingsdienst |
|
|
1658 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake verdeling van middelen voor schoolbegeleiding |
|
|
1663 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van subsidie ten behoeve van schoolbegeleiding |
|
|
Wet op het primair Onderwijs |
|||
|
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
|
52 |
Gemeentebestuur |
Overleg met onderwijsinspectie inzake bevordering van de ontwikkeling van het basisonderwijs |
|
|
175d |
Gemeenteraad |
Overleg met stichting tot instandhouding openbare school inzake begroting en jaarrekening |
|
|
175e |
Gemeenteraad |
Toezicht op het bestuur van een openbare school |
|
|
176 |
Gemeenteraad |
Goedkeuren van wijziging van statuten van de stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
177 |
Gemeenteraad |
Uitbrengen verslag door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
179 |
Gemeenteraad |
Nemen van maatregelen met betrekking tot continuïteit van het onderwijsproces in geval van ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
471 |
Gemeenteraad |
Instellen rechtspersoon die tot doel heeft een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden |
|
|
481 |
Gemeenteraad |
Besluiten dat openbare scholen door een stichting in stand worden gehouden |
|
|
651 |
Gemeenteraad |
Indelen van het grondgebied in schoolwijken ten behoeve van doelmatige spreiding van de leerlingen over de openbare scholen |
|
|
685 |
Gemeente |
Toezien op naleving van de in artikel 68 genoemde voorschriften |
|
|
742 |
Gemeenteraad |
Vaststellen plan voor nieuwe scholen |
|
|
811 |
Gemeenteraad |
Scholen voor bekostiging in aanmerking brengen |
|
|
911 |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van de scholen |
|
|
931 |
Gemeenteraad |
Vaststellen jaarlijkse vergoeding ten behoeve van huisvesting voor scholen |
|
|
942 |
Gemeenteraad |
Toekennen vergoeding inzake kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school |
|
|
943 |
Gemeenteraad |
Vaststellen tijdstip en voorwaarden voor aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school inzake vergoeding kosten van bouwvoorbereiding |
|
|
951 |
Gemeenteraad |
Vaststellen programma inzake huisvestingsvoorzieningen met betrekking tot niet door de gemeente instandgehouden scholen |
|
|
959 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake programma huisvestingsvoorzieningen |
|
|
111 |
Gemeenteraad |
Met bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school overeen komen dat gemeente een bedrag voor de huisvestingskosten betaalt. |
|
|
1171 |
Gemeenteraad |
Vaststellen aantal klokuren voor beschikbaar stellen van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening |
|
|
1173 |
Gemeenteraad |
Vaststellen hoogte vergoeding ten behoeve van ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening |
|
|
1352 |
Gemeente |
Verzoek aan Minister OCW om verhoging van vergoeding ten behoeve van materiële instandhouding van scholen |
|
|
1406 |
Gemeenteraad |
Besluit om nevenvestiging van een niet in de gemeente gelegen school in aanmerking te laten komen voor een gemeentelijke vergoeding |
|
|
1431 |
Gemeenteraad |
Vaststellen in hoeverre er meer of minder wordt uitgegeven aan personeel en materieel van een door de gemeente in stand gehouden school dan door het rijk wordt vergoed |
|
|
1441 |
Gemeenteraad |
Vaststellen totaal van de uitgaven en ontvangsten van de door de gemeente in stand gehouden scholen |
|
|
1551 |
Gemeenteraad |
Splitsen van gemeente in gebieden met een hoge en lage opheffingsnorm voor scholen |
|
|
1553 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Minister OCW om gemeente te splitsen in gebieden met een hoge en lage opheffingsnorm |
|
|
159 |
Gemeenteraad |
Vermindering aantal openbare scholen in de gemeente |
|
|
1661 |
Gemeenteraad |
Vaststellen onderwijsachterstandenplan |
|
|
16610 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake onderwijsachterstandenplan |
|
|
16611 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
1682 |
Gemeente |
Verdeling over de scholen van de van het rijk ontvangen financiële middelen ten behoeve van het onderwijsachterstandenplan |
|
|
1701 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
1711 |
Gemeenteraad |
Vaststellen plan inzake onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
1714 |
Gemeenteraad |
Oordelen of een rechtspersoon niet zijnde een school, betrokken wordt bij het plan inzake onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
1718 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake plan onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
1719 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
1751 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op onderwijs in allochtone levende talen en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
178 |
Gemeente |
Informatieverschaffing aan Minister OCW in verband met bekostiging |
|
|
1791 |
Gemeentebestuur |
Instandhouden van een schoolbegeleidingsdienst |
|
|
1798 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake verdeling van middelen voor schoolbegeleiding |
|
|
1803 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken subsidie ten behoeve van schoolbegeleiding |
|
|
Wet op het Voortgezet Onderwijs |
|||
|
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
|
42a1 |
Gemeenteraad |
Instellen rechtspersoon die tot doel heeft een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden |
|
|
42b1 |
Gemeenteraad |
Besluiten dat openbare scholen door een stichting in stand worden gehouden |
|
|
42c4 50 |
Gemeenteraad |
Ontheffing verlenen aan een rechtspersoon tot instandhouding van een openbare school van de verplichting tot overdracht van rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken ingeval van overdracht van de instandhouding aan een ander rechtspersoon |
|
|
53c5d |
Gemeenteraad |
Overleg met stichting tot instandhouding openbare school inzake begroting en jaarrekening |
|
|
53c5e |
Gemeenteraad |
Toezicht houden op het bestuur van een openbare school |
|
|
53c6 |
Gemeenteraad |
Goedkeuren van wijziging van statuten van de stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
53c7 |
Gemeenteraad |
Uitbrengen verslag door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
53c9 |
Gemeenteraad |
Nemen van maatregelen met betrekking tot continuïteit van het onderwijsproces in geval van ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
661 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Minister OCW tot opneming van een school in het jaarlijkse plan voor scholen |
|
|
76b1 |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van de scholen |
|
|
76d1 |
Gemeenteraad |
Vaststellen jaarlijkse vergoeding ten behoeve van huisvesting voor scholen |
|
|
76e2 |
Gemeenteraad |
Toekennen vergoeding inzake kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school |
|
|
76e3 |
Gemeenteraad |
Vaststellen tijdstip en voorwaarden met betrekking tot aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school inzake vergoeding kosten van bouwvoorbereiding |
|
|
76f1 |
Gemeenteraad |
Vaststellen programma inzake huisvestingsvoorzieningen met betrekking tot niet door de gemeente instandgehouden scholen |
|
|
76f9 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake programma huisvestingsvoorzieningen |
|
|
76v |
Gemeenteraad |
Met bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school overeen komen dat gemeente een bedrag voor de huisvestingskosten betaalt. |
|
|
861g |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor bouwkundige aanpassingen aan scholen |
|
|
96g6 |
Gemeenteraad |
Besluit om nevenvestiging van een niet in de gemeente gelegen school in aanmerking te laten komen voor een gemeentelijke vergoeding |
|
|
96i1 |
Gemeenteraad |
Vaststellen totaal van uitgaven en ontvangsten van de door de gemeente in stand gehouden scholen |
|
|
1085 |
Gemeente |
Verzoek aan Minister OCW om te kleine school in stand te houden |
|
|
118b1 |
Gemeenteraad |
Vaststellen onderwijsachterstandenplan |
|
|
118b10 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake onderwijsachterstandenplan |
|
|
118b11 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
118d2 |
Gemeente |
Verdeling over de scholen van de van het rijk ontvangen financiële middelen ten behoeve van het onderwijsachterstandenplan |
|
|
118f1 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
1282 |
Gemeentebestuur |
Overleg met onderwijsinspectie inzake bevordering van de ontwikkeling van het voortgezet speciaal onderwijs |
|
|
1485d |
Gemeenteraad |
Overleg met stichting tot instandhouding openbare school inzake begroting en jaarrekening |
|
|
1485e |
Gemeenteraad |
Toezicht op het bestuur van een openbare school |
|
|
1486 |
Gemeenteraad |
Goedkeuren van wijziging van statuten van de stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
1487 |
Gemeenteraad |
Uitbrengen verslag door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
1489 |
Gemeenteraad |
Nemen van maatregelen met betrekking tot continuïteit van het onderwijsproces in geval van ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet door bestuur van stichting tot instandhouding openbare school |
|
|
1681 |
Gemeenteraad |
Instellen rechtspersoon die tot doel heeft een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden |
|
|
1691 |
Gemeenteraad |
Besluiten dat openbare scholen door een stichting in stand worden gehouden |
|
|
1851 |
Gemeenteraad |
Indelen van het grondgebied in schoolwijken ten behoeve van doelmatige spreiding van de leerlingen over de openbare scholen |
|
|
1991 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan GS tot opneming van een school voor speciaal onderwijs in het jaarlijkse plan voor nieuwe speciale scholen |
|
|
206 |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van de scholen |
|
|
2081 |
Gemeenteraad |
Vaststellen jaarlijkse vergoeding ten behoeve van huisvesting voor scholen |
|
|
2092 |
Gemeenteraad |
Toekennen vergoeding inzake kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school |
|
|
2093 |
Gemeenteraad |
Vaststellen tijdstip en voorwaarden met betrekking tot aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school inzake vergoeding kosten van bouwvoorbereiding |
|
|
2101 |
Gemeenteraad |
Vaststellen programma inzake huisvestingsvoorzieningen met betrekking tot niet door de gemeente instandgehouden scholen |
|
|
2109 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake programma huisvestingsvoorzieningen |
|
|
226 |
Gemeenteraad |
Met bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school overeen komen dat gemeente een bedrag voor de huisvestingskosten betaalt. |
|
|
2311 |
Gemeenteraad |
Vaststellen aantal klokuren voor beschikbaar stellen van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening |
|
|
2313 |
Gemeenteraad |
Vaststellen hoogte vergoeding ten behoeve van ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening |
|
|
2442 |
Gemeente |
Verzoek aan Minister OCW om verhoging van vergoeding t.b.v. materiële instandhouding van scholen |
|
|
2496 |
Gemeenteraad |
Besluit om nevenvestiging van een niet in de gemeente gelegen school in aanmerking te laten komen voor een gemeentelijke vergoeding |
|
|
2521 |
Gemeenteraad |
Vaststellen in hoeverre er meer of minder wordt uitgegeven aan personeel en materieel van een door de gemeente in stand gehouden school dan door het rijk wordt vergoed |
|
|
2531 |
Gemeenteraad |
Vaststellen totaal van de uitgaven en ontvangsten van de door de gemeente in stand gehouden scholen |
|
|
2631 |
Gemeenteraad |
Opheffing scholen wegens wettelijk te laag aantal leerlingen |
|
|
2641 |
Gemeenteraad |
Verminderen aantal openbare scholen in de gemeente |
|
|
2681 |
Gemeenteraad |
Vaststellen onderwijsachterstandenplan |
|
|
26810 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake onderwijsachterstandenplan |
|
|
26811 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
2711 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
2721 |
Gemeenteraad |
Vaststellen plan inzake onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
2724 |
Gemeenteraad |
Oordelen of een rechtspersoon niet zijnde een school, betrokken wordt bij het plan inzake onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
2728 |
Gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake plan onderwijs in allochtone levende talen |
|
|
2729 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen subsidieplafond en wijze verdeling van beschikbare financiële middelen |
|
|
2761 |
Gemeentebestuur & gemeenteraad |
Toezicht houden op onderwijs in allochtone levende talen en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren |
|
|
279 |
Gemeente |
Informatieverschaffing aan Minister OCW in verband met bekostiging |
|
|
2801 |
Gemeentebestuur |
Instandhouding van een schoolbegeleidingsdienst |
|
|
2808 |
gemeenteraad |
Verzoek aan Onderwijsraad om advies inzake verdeling van middelen voor schoolbegeleiding |
|
|
2813 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van subsidie ten behoeve van schoolbegeleiding |
|
|
Titel van de wet |
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
Wet op het consumentenkrediet |
6 |
Gemeenteraad |
Instellen of opheffen van een gemeentelijke kredietbank |
|
71 |
Gemeenteraad |
Vaststellen van bedrijfsvoeringreglement ten behoeve van de gemeentelijke kredietbank |
|
|
Experimentenwet Stad en Milieu |
31 |
Gemeenteraad |
Nemen van besluit in het belang van een zuinig en doelmatig ruimtegebruik en het bereiken van een optimale leefkwaliteit in het stedelijk gebied |
|
Huisvestingswet |
79 |
Gemeenteraad |
Aan toegelaten instellingen en aan andere eigenaren van woningen verplichting tot verslaglegging opleggen |
|
Kernenergiewet |
49e 5 |
Gemeenteraad (splitsing in raad en college) |
Regels met betrekking tot schadevergoeding worden gesteld door de raad, beslissing met betrekking tot schadevergoeding worden genomen door college |
|
Onteigeningswet |
72 |
Gemeenteraad |
Aan de ingezetenen bekend maken dat het plan van een werk van algemeen nut ter inzage ligt |
|
91 |
Gemeentebestuur |
Aan de gebruikers van grond tijdig meedelen dat er werkzaamheden op hun grond ten behoeve van het maken van het plan zullen plaatsvinden. |
|
|
102 |
Gemeenteraad |
Assistentie verlenen bij de uitvoer van een wet tot verklaring va algemeen nut |
|
|
111 |
Gemeenteraad |
Bekend maken dat de onteigeningscommissie bijeen zal komen |
|
|
151 |
Gemeenteraad |
Bekend maken dat een onteigeningsbesluit ter inzage ligt |
|
|
79 |
Gemeenteraad |
Nemen van onteigeningsbesluit |
|
|
1432 |
Gemeenteraad |
Voorlopig instemmen met onteigening ten behoeve van natuurbescherming |
|
|
144 |
Gemeenteraad |
Aan de ingezetenen bekend maken dat het onteigeningsplan ten behoeve van natuurbescherming ter inzage ligt |
|
|
1482 |
Gemeenteraad |
Bekend maken dat een onteigeningsbesluit ter inzage ligt |
|
|
Waterleidingwet |
171 |
Gemeenteraad |
(mogelijkheid tot) bezwaar maken tegen provinciaal plan tot reorganisatie van de openbare drinkwatervoorziening |
|
Wet bodembescherming |
801 |
Gemeente |
Verzoek aan Minister VROM om vrijstelling van een financiële verplichting |
|
Wet geluidhinder |
743 |
Gemeenteraad |
Vaststellen geluidsniveaukaart |
|
811 |
Gemeenteraad |
Bepalen welke maatregelen nodig zijn om te hoge geluidsbelasting van bepaalde wegen te voorkomen |
|
|
991 |
Gemeenteraad |
Nemen van een besluit tot de reconstructie van een weg die in een (toekomstige) geluidsgevoelige zone is gelegen |
|
|
111, 111a, 112 |
Gemeenteraad |
Bevorderen van maatregelen die voorkomen dat de geluidsbelasting in woningen niet een bepaalde waarde overschrijdt |
|
|
161 |
Gemeentebestuur |
Op eigen verzoek taken van de provinciale geluidshinderdienst uitoefenen |
|
|
1622 |
Gemeentebestuur |
Verzoek aan GS om geluidsmetingen te verrichten |
|
|
1623 |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor een functionerende gemeentelijke meetdienst |
|
|
Wet milieubeheer |
4.201 |
Gemeenteraad |
Vaststellen gemeentelijk milieuprogramma |
|
4.202a |
Gemeentebestuur |
Uitvoeren van de wettelijke ter bescherming van het milieu opgelegde taken |
|
|
Wet op de stads- en dorpsvernieuwing |
8 |
Gemeentebestuur |
Ingezetenen betrekken bij het beleid inzake de stadsvernieuwing |
|
24 |
Gemeenteraad |
Geven van voorschriften inzake het aanvragen en overdragen van sloopvergunningen |
|
|
29 |
Gemeenteraad |
Voor een gebied waar een leefmilieuverordening geldt tijdelijk voorzieningen treffen met het oog op de verbetering van de woon- en werkomstandigheden in of het uiterlijk aanzien van dat gebied |
|
|
33 |
Gemeentebestuur |
Verscheidene uitvoerende taken, vastgelegd in een uitvoeringsschema, ten behoeve van het stadsvernieuwingsplan |
|
|
Woningwet |
29 |
Gemeenteraad |
Vaststellen plan tot geleidelijke ontruiming van onbewoonbare woningen of woonwagens |
|
63 |
Gemeentebestuur |
Uitvoeren van een bijzonder onderzoek naar de staat van de volkshuisvesting |
|
|
75 |
Gemeenteraad |
In verband met het naar behoren uitvoeren van de woningwet van gemeentewege treffen van voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting |
|
|
100 |
Gemeentebestuur |
Voorzien in bouw- en woningtoezicht |
|
|
Grondwaterwet |
20 |
Gemeentebestuur |
Door GS betrokken worden bij de totstandkoming van hun beschikking op een aanvraag voor vergunning tot onttrekking aan of infiltratie in het grondwater |
|
Luchtvaartwet |
283 |
Gemeentebestuur |
Overleg voeren met Minister V&W inzake taak en samenstelling van commissie ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent milieuhygiëne rond luchtvaartterreinen |
|
Ontgrondingenwet |
103 |
Gemeenteraad |
Aan bevoegd gezag meedelen of beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, etc. en indien dit niet het geval is of het gemeentebestuur bereid is om aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen. |
|
Planwet verkeer en vervoer |
22 |
Gemeentebestuur |
Overleg met Minister V&W in het kader van nationaal verkeers- en vervoerplan |
|
61 |
Gemeentebestuur |
Overleg met provincie in het kader van provinciaal verkeers- en vervoersplan |
|
|
Telecommunicatie-wet |
11 |
Gemeente |
Coördineren van werkzaamheden van aanbieders van telecommunicatie- en omroepnetwerken |
|
Tracéwet |
1510 |
Gemeentebestuur |
Inzage geven in tracébesluit indien bestemmingsplan hier niet is aangepast |
|
Verenwet |
94 |
Gemeenteraad |
Vaststellen veergeld |
|
Waterstaatswet 1900 |
121 |
Gemeentebestuur |
Veranderingen aanbrengen aan onroerende zaken, etc. ten behoeve van onderhoud van watergangen |
|
441 |
Gemeentebestuur |
Aanwijzen inspecteur voor waterstaatswerken |
|
|
Wegenverkeerswet 1994 |
181d |
Gemeenteraad |
Nemen verkeersbesluiten |
|
20a1 |
Gemeenteraad |
Vaststellen grenzen bebouwde kom |
|
|
1491d |
Gemeenteraad |
In bepaalde gevallen ontheffing verlenen van de wettelijke regels |
|
|
156a |
Gemeentebestuur |
Aanduiden van de grenzen van de bebouwde kom |
|
|
1732 |
Gemeentebestuur |
Toepassen bestuursdwang |
|
Titel van de wet |
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
Wegenwet |
201 |
Gemeenteraad |
Kosten voor onderhoud wegen ten laste van de gemeente brengen |
|
261 |
Gemeenteraad |
Goedkeuren van de overeenkomst tot overdracht van de verplichting (van een grondeigenaar) om een weg te onderhouden |
|
|
392 |
Gemeentebestuur |
Besluiten en verordeningen in afschrift aan GS sturen |
|
|
Wet vervoer gevaarlijke stoffen |
181 |
Gemeenteraad |
Aanwijzen wegen of weggedeelten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen |
|
Mijnwet 1903 |
8ba |
Gemeentebestuur |
Verzoek aan Minister EZ om in de concessie tot ontginning van delfstoffen op te nemen dat de concessiehouder jaarlijks een bedrag aan de gemeente verschuldigd wordt |
|
Pandhuiswet 1910 |
22 |
Gemeenteraad |
Gehoord worden door Gedeputeerde Staten inzake de noodzakelijkheid van gemeentelijke bank van lening |
|
31 |
Gemeenteraad |
Instelling en opheffing van gemeentelijke bank van lening |
|
|
32 |
Gemeenteraad |
Vaststellen van een reglement voor de gemeentelijke bank van lening |
|
|
371 |
Gemeenteraad |
Vaststellen diverse voorschriften waaraan een particuliere bank van lening is gehouden |
|
|
Winkeltijdenwet |
31 |
Gemeenteraad |
Vrijstelling verlenen van verbod om op zondag en andere wettelijk vastgelegde dagen open te zijn |
|
Boswet |
15 |
Gemeenteraad |
Vaststellen van de grenzen van de bebouwde kom |
|
Landinrichtingswet |
761 |
Gemeente |
Overleg voeren met landinrichtingscommissie inzake voorontwerp landinrichtingsplan |
|
Natuurbeschermingswet 1998 |
251 |
Gemeenteraad |
Uitbrengen van advies aan GS inzake ontwerpbesluit tot aanwijzing beschermd landschapsgezicht |
|
Wet agrarisch grondverkeer |
31 |
Gemeenteraad |
Verklaren dat in een bepaald gebied gelegen onroerende zaken duurzaam voor andere dan landbouwkundige doeleinden worden gebruikt en die niet als natuurterrein dienen te worden aangemerkt. |
|
Wet op de openluchtrecreatie |
311 |
Gemeenteraad |
Beslissen op een verzoek om en toekennen van schadevergoeding aan een houder van een kampeerterrein ingeval van wijziging van de vergunning |
|
Algemene bijstandswet |
14f3 en 4 |
Gemeente |
Verzoek aan andere gemeente/ uitkeringsinstanties om een opgelegde boete rechtstreeks op een uitkering in te houden. |
|
781 |
Gemeente |
Terugvorderen kosten van bijstand |
|
|
921 en 2 |
Gemeente |
(Afzien van) Verhalen kosten van bijstand |
|
|
964 |
Gemeente |
Invorderen niet betaalde bijdrage ten behoeve van levensonderhoud ex-partner |
|
|
981 |
Gemeente |
Verzoek aan rechter om vastgesteld verhaalsbedrag te wijzigen |
|
|
1021 |
Gemeente |
Besluit tot verhaal aan degene op wie wordt verhaald meedelen |
|
|
1033 |
Gemeente |
Bij de rechtbank in rechte optreden inzake de uitvoering van de Abw |
|
|
1181 |
Gemeentebestuur |
Zorgdragen voor de totstandkoming van een plan en een beleidsverslag ter uitvoering van de wet |
|
|
Algemene nabestaandenwet |
571 |
Gemeente |
Verzoek aan de bank van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon om diens uitkering rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Algemene Ouderdomswet |
202 |
Gemeente |
Verzoek aan de Sociale Verzekeringsbank om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Werkloosheidwet |
392 |
Gemeente |
Verzoek aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Wet arbeids-ongeschiktheids-verzekering zelfstandigen |
572 |
Gemeente |
Verzoek aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Wet arbeids-ongeschiktheids-verzekering jonggehandicapten |
492 |
Gemeente |
Verzoek aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Wet inkomens-voorziening kunstenaars |
371 |
Gemeente |
Verzoek aan Minister SZW om voorschot op de vergoeding |
|
Wet inkomens-voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen |
20f3 en 4 |
Gemeente |
Verzoek aan andere gemeente/ uitkeringsinstanties om een opgelegde boete rechtstreeks op een uitkering in te houden. |
|
421 |
Gemeentebestuur |
Zorgdragen voor de totstandkoming van een plan en een beleidsverslag ter uitvoering van de wet |
|
|
Wet inkomens-voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers |
20f3 en 4 |
Gemeente |
Verzoek aan andere gemeente/ uitkeringsinstanties om een opgelegde boete rechtstreeks op een uitkering in te houden. |
|
421 |
Gemeente |
Zorgdragen voor de totstandkoming van een plan en een beleidsverslag ter uitvoering van de wet |
|
Wet inschakeling werkzoekenden |
|||
|
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
|
21 |
Gemeente |
Zorgdragen voor voorzieningen ten behoeve van langdurig werklozen etc. die kunnen leiden tot inschakeling in het arbeidsproces |
|
|
23 |
Gemeente |
Vaststellen dat ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde geen plan wordt opgesteld gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid |
|
|
24 |
Gemeente |
Zorgdragen dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor in de gemeente woonachtige uitkeringsgerechtigden uitvoering kan geven aan haar taak |
|
|
25 |
Gemeente |
Verzoeken dat het tweede lid van dit artikel ten aanzien van een bepaalde uitkeringsgerechtigde niet van toepassing is |
|
|
26 |
Gemeente |
Zorgdragen voor voldoende voorlichting in de gemeente aangaande de voorzieningen in deze wet, alsmede voor de realisatie en vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van deze wet |
|
|
27 |
Gemeente |
Opstellen plan ter uitvoering van de taak in deze wet |
|
|
31 |
Gemeente |
Verstrekken van subsidie of inkopen dienstverlening ter uitvoering van art. 2 |
|
|
33 |
Gemeente |
Realiseren van kinderopvang ten behoeve van personen die subsidie ontvangen |
|
|
71 |
Gemeente |
Samenwerken met diverse instanties om de voorzieningen bedoeld in deze wet af te stemmen op reïntegratiemaatregelen en taken die op grond van wetten worden uitgevoerd door deze instanties |
|
|
81 |
Gemeentebestuur |
Aanwijzen rechtspersoon ter uitvoering van verschillende artikelen uit de wet |
|
|
154 |
Gemeente |
In een specifiek geval bij de minister van SZW aantonen dat de gemeente recht op subsidie heeft |
|
|
161 en 2 |
Gemeente |
Verstrekken van gegevens aan de minister van SZW |
|
|
191 |
Gemeentebestuur |
Voeren van een administratie |
|
|
204 |
Gemeentebestuur |
Jaarlijks bij Minister van SZW een verslag over de uitvoering van deze wet indienen |
|
|
205 |
Gemeentebestuur |
Minister van SZW informatie verlenen en inzage geven in de administratie |
|
|
211 |
Gemeentebestuur |
Minister van SZW verschaffen van alle inlichtingen |
|
|
221,2,4,5 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van inlichtingen aan anderen dan de minister van SZW |
|
|
Titel van de wet |
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
Wet op de (re) integratie arbeids-gehandicapten |
32,3 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen of een persoon in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid |
|
122 |
Gemeentebestuur |
Vertrekken van instrumenten aan arbeidsgehandicapten in verband met arbeidsgeschiktheid |
|
|
144 |
Gemeente |
Aan Minister SZW verzoeken dat artikel 10 van de wet op bepaalde categorieën van arbeidsgehandicapten niet van toepassing is. |
|
|
Wet op de arbeidsongeschikt-heidsverzekering |
542 |
Gemeente |
Verzoek aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Wet sociale werkvoorziening |
|||
|
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
|
21 |
Gemeente |
De doelgroep een arbeidsovereenkomst aanbieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden |
|
|
23 |
Gemeentebestuur |
Aanwijzen rechtspersoon ter uitvoering van de wet |
|
|
41 |
Gemeente |
Samenwerken met diverse instanties ter bevordering van deelname van werknemers aan arbeid onder normale omstandigheden |
|
|
111 |
Gemeentebestuur |
Vaststellen of een persoon tot de doelgroep van de wet behoort |
|
|
112 |
Gemeentebestuur |
Verrichten van periodieke herindicatie |
|
|
114 |
Gemeentebestuur |
Beheren van een lijst van ingezetenen die tot de doelgroep behoren |
|
|
121 |
Gemeentebestuur |
Instellen adviescommissie in verband met indicatie in het kader van artikel 11 |
|
|
125 |
Gemeentebestuur |
Zorgdragen voor ondersteuning van de adviescommissie |
|
|
134 |
Gemeentebestuur |
Jaarlijks indienen van een verslag over de uitvoering van deze wet |
|
|
135 |
Gemeentebestuur |
Aan de minister van SZW verstrekken van informatie en inzage verlenen in de administratie |
|
|
141 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van inlichtingen aan de minister van SZW |
|
|
151,2,4,5 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van inlichtingen aan anderen dan de minister van SZW |
|
|
Titel van de wet |
artikel |
thans bevoegd |
omschrijving taak/bevoegdheid |
|
Wet voorzieningen gehandicapten |
21 |
Gemeentebestuur |
Zorgdragen voor verlening van voorzieningen ten behoeve van deelneming aan het maatschappelijk verkeer |
|
7 |
Gemeentebestuur |
Gehandicapte oproepen zich te laten keuren |
|
|
81 |
Gemeentebestuur |
Inwinnen advies over de noodzaak van bepaalde, dure, woonvoorzieningen |
|
|
10b1 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van gegevens aan Minister van SZW |
|
|
Wet werkloosheid-voorziening |
411,2 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van gegevens aan Minister van SZW met betrekking tot ingediende declaraties voor gedane uitgaven |
|
Ziektewet |
402 |
Gemeente |
Verzoek aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen |
|
Infectieziektenwet |
272 |
Gemeentebestuur |
Verhalen van kosten |
|
282 |
Gemeentebestuur |
Uitkeren schadeloosstelling |
|
|
Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening |
121 |
Gemeenteraad |
Toelaten van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening |
|
151 |
Gemeenteraad |
Tot stand brengen van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening |
|
|
Welzijnswet 1994 |
11 |
Gemeentebestuur |
Verstrekken van subsidie voor activiteiten ten behoeve van welzijnsbeleid |
|
18 |
Gemeentebestuur |
Aan verhuurders van woningen verstrekken van subsidie in de kosten van voorzieningen die er gericht zijn op het langer zelfstandig laten wonen van ouderen |
|
|
Wet ambulancevervoer |
51 |
Gemeentebestuur |
Instellen en instandhouden van een ambulancepost |
|
73 |
Gemeente |
Stellen van regels met betrekking tot het nemen van beslissingen inzake aanvragen voor ambulancevervoer |
|
|
Wet collectieve preventie volksgezondheid |
21 |
Gemeenteraad |
Zorgdragen voor collectieve preventie op het gebied van volksgezondheid |
|
Wet op de orgaandonatie |
101 |
Gemeentebestuur |
Beschikbaar stellen van donorformulieren |
|
Wet ziekenhuis-voorzieningen |
18a2 |
Gemeentebestuur |
Reageren op voornemens van Minister van VWS tot het wijzigen van ziekenhuisvoorzieningen |