De Wet dualisering gemeentebestuur is bedoeld om de raad – en dus de burger – meer invloed te geven op het gemeentebestuur. De wet vergroot de kaderstellende en controlerende taken van de raad. Die taken strekken zich ook uit tot het financiële beleid, maar daarbij ontstaan vaak problemen: niet-specialisten beschouwen de financiële functie meestal als een lastig onderwerp. Toch zijn de verordeningen ex artikel 212, 213 en 213a en de opdracht aan de accountant van belang voor de controlerende taak van de raad en daarmee voor de lokale democratie. Aangezien de meeste raadsleden geen financieel specialisten zijn, is het nuttig om de financiële functie voor hen toegankelijker te maken. Daarvoor is deze handreiking bedoeld.
In de handreiking wordt u uitgelegd wat het belang is van de verordeningen, wat nieuw is en welke relatie er is met andere onderwerpen. U komt suggesties tegen voor meer of minder uitgebreide bepalingen. In het bijzonder wordt aandacht geschonken aan de afwegingen die de raad kan maken.
De handreiking is speciaal bedoeld om raadsleden meer kans te geven om de burgers te vertegenwoordigen die hen gekozen hebben. Daarnaast kan de brochure ook voor andere belangstellenden nuttige informatie bevatten.
In de Wet dualisering gemeentebestuur is opgenomen dat gemeenteraden drie verordeningen vaststellen die van belang zijn voor de financiële functie van de gemeente. Het gaat hierbij om de volgende verordeningen:
In Box 1 worden de artikelen geciteerd.
Het belang van de verordeningen is gelegen in het feit dat de raad ermee aangeeft binnen welke kaders het college zijn bestuur moet voeren. De verordeningen ex artikel 212 en 213 zijn niet nieuw, maar door de dualisering wel van karakter veranderd. Voorheen bevatten de verordeningen vooral de regels voor de administratieve organisatie de ambtelijke organisatie. De nieuwe verordeningen bevatten meer de beleidsmatige uitgangspunten voor de uitoefening van de financiële functie. De verordening ex artikel 213a is nieuw en dient om de controle op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur te versterken. Met deze verordening waarborgt de raad dat de aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid verankerd wordt in de gemeentelijke organisatie.
Daarnaast zijn er ook enkele wijzigingen met betrekking tot de accountantsverklaring en de rol van de raad daarbij. De opdracht aan de accountant heeft een nauwe relatie met de controleverordening; beide zijn dan ook in artikel 213 geregeld. In deze handreiking worden zowel de controleverordening als de opdracht aan de accountant behandeld. In het Besluit accountantscontrole gemeenten zijn de minimumeisen aan de accountantscontrole en de extra keuzemogelijkheden van de raad aangegeven; ook daar wordt in deze handreiking aandacht aan besteed.
Box 1. de artikelen 212, 213 en 213a uit de Gemeentewet
|
Artikel 212
Artikel 213
Artikel 213a
|
Wanneer moet wat zijn geregeld?
Bijna alle eisen die worden gesteld aan de financiële functie gaan in met ingang van begrotingsjaar 2004. Dat geldt ook voor de onderwerpen van deze handreiking. De verordeningen ex artikel 212 en 213 dienen vóór 15 november 2003 te zijn vastgesteld. De reden hiervoor is dat op 15 november 2003 de begroting voor 2004 vastgesteld moet zijn. De vernieuwde opdracht aan de accountant is verplicht met ingang van de controle van de jaarrekening 2004. De verordening ex artikel 213a dient 7 maart 2003 te zijn vastgesteld, met de mogelijkheid dit maximaal één jaar uit te stellen (bij besluit van de raad). De verordening ex artikel 213a heeft een directe relatie met het beleid en het beheer in het algemeen en heeft daardoor een minder directe relatie met de begroting en jaarstukken.
Provincies, gemeenschappelijke regelingen, stadsdelen en herindelingsgemeenten
Voor de provincies zijn gelijkluidende regels gesteld in de Wet dualisering provinciebestuur, en wel in de artikelen 216, 217 en 217a van de Provinciewet. Deze handreiking is daarom ook relevant voor provincies. De ingangsdata zijn gelijk aan die voor gemeenten, behalve de verordening ex artikel 217a: die is voor provincies 11 maart 2004, met mogelijkheid tot verlenging van één jaar.
Voor gemeenschappelijke regelingen zijn de onderwerpen die in deze handreiking worden besproken ook van toepassing, met uitzondering van artikel 213a (hoofdstuk 5 van deze handreiking).
In algemene zin wordt nog bekeken in hoeverre dualisering voor gemeenschappelijke regelingen relevant is. De vernieuwing van de financiële functie is echter ook voor gemeenschappelijke regelingen relevant en noodzakelijk. Overigens spreekt het voor zich dat de omvang en diepgang van de verordeningen voor gemeenschappelijke regelingen afhankelijk zijn van de grootte en de taken van de betrokken regeling.
Op dit moment kan de bevoegdheid om de in deze handreiking behandelde verordeningen vast te stellen, niet aan stadsdelen worden overgedragen. Vermoedelijk zal deze situatie bij aanpassingswet worden gewijzigd. Tot die tijd zal desgewenst een oplossing moeten worden gevonden, waarbij gedacht kan worden aan een vaststelling door de gemeenteraad op advies van de stadsdeelraad.
Herindelingsgemeenten moeten de verordeningen ex artikel 212 en 213, net als andere gemeente, hebben vastgesteld per 15 november 2003. De verordening ex artikel 213a kan (voor alle gemeenten) maximaal een jaar worden uitgesteld, dus tot 7 maart 2004.
Het instellen van een werkgroep
De duale verordeningen 212-213a Gemeentewet zijn instrumenten van de raad. De raad bepaalt hoe de verordeningen er uit komen te zien. Bij het opstellen wordt de raad ondersteund door de griffier en kan de raad tevens een beroep doen op overige ambtelijke ondersteuning. Hierbij kan een werkwijze worden gevolgd die vergelijkbaar is met de wijze waarop in aantal vooroplopende gemeenten de indeling van de programmabegroting voor 2003 is vastgesteld. In deze gemeenten is een werkgroep bestaande uit een vertegenwoordiging uit de raad, de griffier en enkele ambtenaren met de indeling van de programmabegroting aan de slag gegaan. Deze werkgroep heeft aan de raad één of meerdere indelingen voorgelegd. Ook ten behoeve van het inrichten van de verordeningen kan een dergelijke werkgroep worden ingesteld. De werkgroep kan aan de raad voorstellen doen voor de in de verordeningen te maken keuzes. Vervolgens is het aan het college om op basis van de door de raad gestelde kaders de verordeningen uit te werken. Indien dit op een adequate wijze is gebeurd zal de raad de verordeningen vaststellen. De modelverordeningen in deze handreiking zijn daarbij voorbeeld en hulpmiddel, het zijn geen modellen die bedoeld zijn om integraal over te nemen en in te vullen.



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)