In de bestuursperiode 2006-2010 trad dertig procent van de wethouders in Nederland voortijdig terug, vaak in verband met een politiek conflict met de gemeenteraad of binnen het college.
De stijging van het aantal voortijdig vertrokken wethouders vormde de aanleiding voor het onderzoek ‘De vallende wethouder’, uitgevoerd door BMC in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Vertrekredenen onderzocht
De vertrekredenen van onvrijwilliger teruggetreden wethouders zijn onderzocht op drie niveaus: microniveau (persoonlijke oorzaken, omstandigheden en competenties), mesoniveau (bestuurlijke probleemsituatie, verhoudingen tussen personen en groepen op lokaal niveau) en macroniveau (inwerking van maatschappelijke factoren, zoals dualisering, de opkomst van nieuwe lokale partijen en de invloed van media).
Aanbevelingen
Uit het onderzoek blijkt dat het wethoudersambt in beweging is, maar nog niet voldoende is geprofessionaliseerd. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Wethoudersvereniging, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en anderen zouden daar een actieve rol in kunnen nemen. Verder komt het rapport met een vijftal aanbevelingen:
Lezen



Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een project van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)